Aannemelijke verzending

Een bestuursorgaan kan door een kopie van een besluit te overleggen aannemelijk maken dat het besluit per gewone post is verzonden.

Appellant heeft bij de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een aanvraag ingediend voor een energiepremie. Bij besluit van 3 augustus 2004 heeft de minister besloten deze aanvraag niet te behandelen. Op 3 januari 2005 is het door appellant daartegen ingediende bezwaarschrift ongegrond verklaard en vervolgens heeft appellant per brief, binnengekomen op 4 maart 2005, tegen dat besluit beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Appellant stelt het bestreden besluit pas op 27 januari 2005 ontvangen te hebben en dus binnen de beroepstermijn beroep ingesteld te hebben, maar de Minister is van mening dat appellant niet-ontvankelijk verklaard moet worden in zijn vordering wegens het overschrijden van de beroepstermijn. Hoe kan een bestuursorgaan aannemelijk maken dat het besluit wel degelijk eerder is verstuurd?

De Afdeling overweegt dat de minister dit voldoende aannemelijk heeft gemaakt door te wijzen naar de op het besluit aangegeven datum en het ontbreken van een parafenblok op het stuk. Dat op het besluit ‘kopie’ is vermeld betekent niet dat het later dan die datum is verzonden. Het dossier bevat ook geen kopie van een begeleidende brief waaruit blijkt dat het besluit of een afschrift daarvan later dan 3 januari 2005 aan appellant is toegezonden.(1) Daarnaast wees de minister van VROM er nog op dat appellant zelf ook geen begeleidende brief had ingebracht waaruit bleek dat het besluit of een afschrift daarvan later dan 3 januari 2005 aan hem was verzonden.

Voor een burger zijn de termijnen waarbinnen een bezwaar- of beroepschrift ingediend moet zijn fataal. Wie zijn bezwaar- of beroepschrift later indient, hoeft niet meer te rekenen op een inhoudelijke beoordeling daarvan. Ook niet als het bestuursorgaan bij de beslissing op het bezwaarschrift zichzelf teveel tijd heeft gegeven. Ook dan komt de rechter immers niet toe aan een inhoudelijke beoordeling.

Voetnoten

1
ABRvS 21 december 2005, LJN AU8427 Ov. 2.3.