Bijtende hiv-geïnfecteerde moet meewerken aan bloedonderzoek

Een met hiv besmette klant van een discotheek bij wie AIDS is vastgesteld, heeft bij zijn aanhouding een politieagent tot bloedens toe in zijn vingers gebeten. Hierdoor heeft hij onrechtmatig gehandeld jegens de agent en kan gedwongen worden een bloedonderzoek te ondergaan, zodat de politieman de juiste behandeling kan krijgen.

De aanleiding

Een politieman uit Friesland was in de nacht van 12 op 13 augustus 2005, buiten diensttijd, aanwezig in discotheek Fire te Leeuwarden. Daar heeft hij de portier geassisteerd bij het aanhouden van een klant die problemen veroorzaakte. Bij zijn aanhouding heeft de klant de agent tot bloedens toe in zijn hand gebeten. Omdat de klant besmet is met het HIV-virus en AIDS bij hem is vastgesteld, vorderde de politieman bij de voorzieningenrechter dat de klant een bloedonderzoek moest ondergaan, zodat bepaald kon worden welke verdere medische behandeling de politieman moest ondergaan.

De rechtsvraag

Kan de gedaagde (de klant) zijn medewerking aan het bloedonderzoek weigeren met een beroep op zijn grondwettelijke recht op lichamelijke integriteit (Art. 11 Grondwet)?

Het antwoord

Het is evident dat een gedwongen bloedonderzoek inbreuk zal maken op het recht op lichamelijke integriteit dat de gedaagde bezit. Dienaangaande overweegt de voorzieningenrechter echter in rechtsoverweging 4.1: Een zodanige inbreuk is echter toegestaan indien moet worden geoordeeld dat de belangen van [eiser] bij een bloedonderzoek zwaarder moeten wegen dan de belangen van [gedaagde] bij het niet meewerken aan een bloedonderzoek. De rechter stelt vast dat de gedaagde onrechtmatig jegens de politieagent heeft gehandeld door hem tot bloedens toe in de pink en ringvinger te bijten; door welk handelen de agent in contact is gekomen met gedaagdes speeksel, terwijl hij zelf open wonden had aan zijn rechterhand. In rechtsoverweging 4.4 oordeelt de voorzieningenrechter dan ook: Gelet op alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden en met name gelet op het gegeven dat de situatie waarin [eiser] zich op dit moment bevindt is veroorzaakt door het onrechtmatig handelen van [gedaagde], is de voorzieningenrechter van oordeel dat de inbreuk op de lichamelijke integriteit van [gedaagde] is gerechtvaardigd.(1)

Voetnoten

1
Vz. Rb. Leeuwarden 25 augustus 2005 LJN AU1493.