Wenkbrauwpiercing politiefunctionaris niet toegestaan in diensttijd

Een politiefunctionaris, die werkzaam was in de politieregio Amsterdam-Amstelland, mag geen wenkbrauwpiercing dragen tijdens zijn werk.
De korpsbeheerder heeft de bevoegdheid aanwijzingen als de onderhavige te geven op grond van zijn binnen de organisatie geldende, algemene beheerstaak en het hem in de ambtelijke arbeidsverhouding toekomende werkgeversgezag.

De aanleiding

Een politiefunctionaris in opleiding, die werkzaam was bij de politieregio Amsterdam-Amstelland, heeft op enig moment een wenkbrauwpiercing laten aanbrengen. De korpsbeheerder van de politieregio Amsterdam-Amstelland heeft hem op 22 maart 2001 laten weten dat het dragen van een gelaatspiercing in diensttijd niet is toegestaan, aangezien het afbreuk doet aan de voor een politiefunctionaris in uniform vereiste neutraliteit, representativiteit en autoriteit en de kans op lichamelijk letsel vergroot.

De rechtsvraag

Is het door de korpsbeheerder van de politieregio opgelegde verbod op het dragen van een wenkbrauwpiercing een onrechtmatige beperking van o.a. het recht op lichamelijke integriteit (Art. 11 Gw) van de politiefunctionaris?

Het antwoord

De Centrale Raad van Beroep kwam op 7 april 2005 niet toe aan de beantwoording van deze vraag, omdat hij van mening was dat een onderliggende vraag - de reikwijdtevraag - reeds ontkennend beantwoord moest worden. Evenals de rechtbank is de Raad niet tot de overtuiging gekomen dat het in het bestreden besluit neergelegde verbod is aan te merken als een aantasting van een of meer van de door appellant genoemde grondrechten.(1) Het voornaamste argument voor deze stelling is dat niet gebleken is dat het sieraad een uiting geeft aan, dan wel bepalend is voor de persoonlijke identiteit van de politiefunctionaris. De twee andere argumenten - het verbod geldt uitsluitend onder diensttijd én het niet mogen dragen van het sieraad in diensttijd heeft niet noodzakelijkerwijs gevolgen voor het dragen ervan in de vrije tijd - lijken meer te zien op de rechtmatigheid en proportionaliteit van het verbod.

Voetnoten

1
CRvB 7 april 2005 LJN AT4006 (Politiefunctionaris met piercing).