Zoekgeraakt aangetekend verzendbewijs is geen verzendbewijs

Een besluit aangetekend verzenden en een verzendadministratie bijhouden kan helpen om te bewijzen dat een besluit conform art. 3:41 Awb bekend is gemaakt, maar dan moet men niet het verzendbewijs kwijtraken.

Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum heeft aan de stichting ‘Stichting Akhnaton’ en anderen nieuwe eisen gesteld aan de inrichting van het pand Nieuwezijds Kolk 25 ingevolge het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer. Dit op 21 april 2005 genomen besluit claimde de stichting echter nooit te hebben ontvangen. Kan haar bezwaarschrift nu niet-ontvankelijk verklaard worden? Dat is de rechtsvraag die de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 3 mei 2006 heeft beantwoord.(1)

Bekendmaking

Een besluit treedt ingevolge artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht niet in werking voordat het is bekendgemaakt. Bij besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt de bekendmaking door toezending of uitreiking van deze besluiten (Art. 3:41 Awb). De termijn om een bezwaar- of beroepschrift in te dienen tegen dergelijke besluiten vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt (Art. 6:8 Awb).

De uitspraak

Het dagelijks bestuur van het stadsdeel stelde voor de ABRvS, dat hij besluiten als het onderhavige altijd aangetekend verzendt en daarvan een verzendadministratie, een ‘register aangetekendeverzendbewijzen’, bijhoudt. Het aangetekende verzendbewijs van het besluit van 21 april 2005 was blijkens de stukken evenwel onvindbaar. De voorzitter van de Afdeling hield het er daarom ook op dat het besluit van 21 april 2005 niet op of omstreeks deze datum aan appellanten was bekendgemaakt en in werking was getreden.

Een telefonisch onderhoud (4 november 2005) en een bezoek van twee inspecteurs van de Dienst Milieu en Bouwtoezicht aan de inrichting (11 november 2005) konden eveneens niet worden aangemerkt als een geldige wijze van bekendmaking, omdat het voor appellanten niet duidelijk was dat dit bezoek aan de inrichting verband hield met de bij besluit van 21 april 2005 opgelegde nadere eis, inhoudende het afregelen en verzegelen van de reeds in de inrichting aanwezige geluidbegrenzer op 87 dB(A). Het faxbericht van 19 december 2005 gold echter wel als bekendmaking in de zin van artikel 3:41 Awb, maar daartegen hadden de stichting en anderen dan ook tijdig een bezwaarschrift ingediend.

Voetnoten

1
ABRvS 3 mei 2006 LJN AX0712 (Zoekgeraakt verzendbewijs).