Geen risicogroep, wel gedwongen bloedonderzoek

Ook als onvoldoende hardgemaakt kan worden dat iemand tot een risicogroep behoort, kan hij gedwongen worden een bloedonderzoek te ondergaan teneinde vast te stellen of hij met het AIDS-virus of hepatitis besmet is.

Op 1 augustus 2004 hebben een agent en een hoofdagent in het politiedistrict Rivierenland samen een verdachte aangehouden die zich schuldig had gemaakt aan huisvredebreuk. Bij zijn aanhouding verzette de verdachte zich hevig, waardoor hij een bloedneus opliep. Eén van de agenten liep aan beide handen open wonden op, waardoor mogelijk bloed-bloed contact heeft plaatsgevonden.

De rechtsvraag

Kan de verdachte worden gedwongen mee te werken aan een bloedonderzoek als het vermoeden bestaat dat hij tot een risicogroep behoort?

De uitspraak

De voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem overweegt in zijn vonnis dat de verdachte vóór 5 september 2003, de datum waarop hij in detentie is gesteld voor een periode van een half jaar, softdrugs heeft gebruikt en zegt slechts een enkele keer cocaïne heeft gesnoven. De verdachte zegt nu clean te zijn en slechts sporadisch nog een jointje te roken. Volgens een bloedonderzoek, dat hij bij zijn huisarts heeft ondergaan, is hij dan ook gezond. Uit de ter zitting overlegde stukken blijkt volgens de voorzieningenrechter onvoldoende of de verdachte tot de groep intraveneuze drugsgebruikers behoort, zodat hij niet tot de risicogroep van drugsgebruikers gerekend kan worden (Zie ro. 5). Het vermoeden van de ouders van de verdachte dat hun zoon drugs gebruikt en het hevige verzet tijdens zijn arrestatie zijn onvoldoende grond om dit aan te kunnen nemen.

De rechter overweegt echter ook dat de agent door onrechtmatig handelen van de verdachte in contact is gekomen met diens bloed terwijl hijzelf open wonden had aan beide handen. Hoewel onvoldoende gebleken is dat de verdachte behoorde tot een zogenaamde risicogroep, kan ook niet geheel worden uitgesloten dat de agent besmet is geraakt met het AIDS-virus of hepatitis. Die onzekerheid legt een zware psychische druk op de agent, terwijl het ondergaan van een bloedtest slechts een zeer geringe inbreuk betekent op de lichamelijke integriteit van de verdachte die hem in artikel 11 van de Grondwet is toegekend. Met name nu de situatie waarin [X] op dit moment verkeert is veroorzaakt door het onrechtmatig handelen van [Y], oordeelt de voorzieningenrechter de geringe inbreuk op de lichamelijke integriteit van [Y], eruit bestaande dat hij een bloedonderzoek moet ondergaan, gerechtvaardigd.(1)

Voetnoten

1
Vz.Rb. Arnhem 11 augustus 2004 LJN AR2843.