Mogelijk HIV geïnfecteerde moet meewerken aan bloedonderzoek

Een mogelijk met HIV besmette man, zonder vaste woon- of verblijfplaats, kan - omdat hij als drugsgebruiker bekend staat bij de politie en zodoende behoort tot een risicogroep voor Hiv-infecties - worden gedwongen mee te werken aan een bloedonderzoek.

De aanleiding

Een serveillant van de politie te Groningen heeft een man, zonder bekende woon- of verblijfplaats, aangehouden. De man verzette zich bij zijn aanhouding en heeft de serveuillant mogelijk gebeten. Vast staat dat de serveillant nog dezelfde dag naar de spoedeisende hulp is gegaan met een verwonding aan zijn pink. Vast staat ook dat de gedaagde in het verleden drugs heeft gebruikt en als zodanig bekend is bij de politie.

Rechtsvraag

Kan iemand die geacht mag worden te horen tot een risico-groep voor HIV-infecties worden gedwongen een bloedonderzoek te ondergaan?

Het antwoord

De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen merkt op dat een gedwongen bloedonderzoek inbreuk maakt op de aan gedaagde toekomende grondrechten; het recht op lichamelijke integriteit (Art. 11 Gw) en het recht op privacy (Art. 10 Gw). Hij merkt daar tevens bij op dat deze grondrechten hun grenzen vinden in bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, waarbij tussen burgers onderling een belangrijke rol is weggelegd voor artikel 6:162 BW. Gedaagde heeft, aldus de voorzieningenrechter, niet alleen onrechtmatig gehandeld door de serveillant te bijten, maar ook door geen medewerking te verlenen aan een bloedonderzoek, waarmee hij de serveillant in het ongewisse heeft gelaten omtrent zijn lichamelijk welzijn. Dit onrechtmatig handelen van gedaagde in samenhang beschouwd met het feit dat het ondergaan van een bloedonderzoek slechts een geringe inbreuk op de lichamelijke integriteit oplevert en het zwaarwegende belang van [surveillant] om helderheid te verkrijgen omtrent zijn fysieke welzijn daar tegenover staat, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van [surveillant] in deze dient te prevaleren boven het belang van gedaagde, zodat het gevorderde zal worden toegewezen.(1)

Notitie

Anders dan in de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 25 augustus 2005 - zie een eerder bericht op dit weblog gedateerd op 16 december 2006 - is in deze zaak niet duidelijk of de gedaagde ook daadwerkelijk de serveillant gebeten heeft, noch of hij met Hiv geïnfecteerd was. Het feit dat hij tot een risicogroep behoort is voor de rechtbank Groningen voldoende om de vordering toe te wijzen. De rechtbank Utrecht deed op 16 januari 2007 uitspraak in eenzelfde soort zaak met een gelijke uitkomst.(2)

Voetnoten

1
Vz.Rb. Groningen 26 januari 2007 LJN AZ7313.
2
Vz.Rb. Utrecht, 16 januari 2007 LJN AZ6826.