Regering draagt nieuwe president CRvB voor

Op voorstel van minister Hirsch Ballin van Justitie heeft de ministerraad ermee ingestemd(1) om de heer T.G.M. Simons (1957) voor te dragen voor benoeming tot president van de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB). De heer Simons vervulde in het verleden diverse functies bij het ministerie van Justitie waaronder die van directeur sector Rechtspleging Directie Wetgeving. Van 1997 tot en met 2002 was de heer Simons vice-president van de rechtbank in Rotterdam. En op het moment van zijn voordracht was hij lid van het bestuur en coördinerend vice-president van de CRvB.

De Centrale Raad van Beroep

De Centrale Raad van Beroep is ingesteld door de Beroepswet; welke op 14 december 1902 in werking is getreden. Haar eerste zitting werd op 15 april 1903 gehouden.(2) Binnen het bijzonder bestuursrecht kan bij het CRvB in eerste en enige aanleg tegen een beperkt aantal besluiten beroep worden ingesteld (Art. 17 Beroepswet), als de bijzondere wet daarin voorziet. Het bekendste voorbeeld is het beroep tegen besluiten die op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) worden genomen.(3) Omvangrijker is haar taak als een van de hogerberoepsrechters in het systeem van algemene bestuursrechtspraak. Tegen een uitspraak van de rechtbank kan in hoger beroep worden gegaan bij de Centrale Raad van Beroep, indien het een geschil betreft over ambtenarenzaken (Art. 18 lid 1 sub a Beroepswet) of een besluit dat genomen is op grond van één van de wetten die is opgenomen in de bijlage van de Beroepswet (Art. 18 lid 1 sub b Beroepswet). Enkele voorbeelden zijn de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Werkloosheidswet en de Algemene Ouderdomswet.

Voetnoten

1
N.n., Benoeming president Centrale Raad van Beroep, Persbericht Ministerie van Justitie, 16 november 2007.
2
L.J.A. Damen e.a., Bestuursrecht 2, Rechtsbescherming tegen de overheid. Bestuursprocesrecht, 2e druk, 2006, Pg. 36.
3
L.J.A. Damen e.a., Bestuursrecht 2, Rechtsbescherming tegen de overheid. Bestuursprocesrecht, 2e druk, 2006, Pg. 91-92.