Hyperlink zorgt voor verspreiding

In de strafzaak tegen de 20-jarige Fadoua(1) heeft de meervoudige strafkamer van de rechtbank te Rotterdam uitgesproken dat het plaatsen van een hyperlink op internet en/of MSN in sommige gevallen gezien kan worden als het verspreiden van het betreffende document.(2) De vraag of van verspreiding in de zin van artikel 132 van het Wetboek van Strafrecht - een artikel waarin de verspreiding van opruiende geschriften en/of afbeeldingen strafbaar is gesteld - sprake is, moet volgens de rechter in beginsel bevestigend worden beantwoord indien een directe hyperlink op een webpagina is geplaatst. Door het plaatsen van een dergelijke link kan de lezer met slechts één handeling (te weten het klikken/dubbel klikken op de link) het onderliggende document opvragen en lezen. Het onderliggende document is daarmee zodanig verbonden met de link dat door het plaatsen van de link het onderliggende document in zekere zin onderdeel is geworden van het stuk waarin de link is geplaatst.

Hoewel het aanbrengen van een directe hyperlink naar een document in beginsel een verspreiden oplevert in de zin van artikel 132 Sr, is dat niet altijd het geval. Dat hangt af van de relevante concrete omstandigheden van het geval. De rechtbank acht het namelijk niet aannemelijk dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om het enkel plaatsen van een hyperlink in alle gevallen onder die strafbepaling te laten vallen. Wat dat betreft hebben (algemene) zoekmachines nog niets te vrezen. In de zaak tegen Fadoua achtte de rechtbank echter bewezen dat zij opruiende geschriften en/of afbeeldingen heeft verspreid. In het geval van de verdachte zijn die relevante omstandigheden dat zij een moslima is met een meer dan gewone belangstelling voor het jihadistisch-salafistisch gedachtegoed en dat zij actief is deze geloofsovertuiging uit te dragen via het internet door daar allerlei bestanden en stukken op te plaatsen. (...) Gelet op het voorgaande en met haar kennis van zaken aangaande de islam kan het plaatsen van de betreffende links door de verdachte, niet anders worden gezien dan als een strafbare handeling als bedoeld in artikel 132 van het Wetboek van Strafrecht.

Voetnoten

1
De islamitische naam die de verdachte - zoals zij in haar verklaringen bij de politie ook heeft erkend - gebruikt.
2
Rb. Rotterdam, 30 oktober 2007, LJN: BB7174.