Blogger moet Vodafone-medewerkster met rust laten

Op 21 november 2007 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te ‘s-Gravenhage uitspraak gedaan in de rechtzaak in kort geding tussen Vodafone, aanbieder van mobiele telecommunicatiediensten, en de internetjournalist Peter Breedveld.(1) De laatste had vanaf 5 augustus 2007 op zijn website Frontaalnaakt.nl in vier artikelen met de titel Nooit meer Vodafone verslag gedaan van zijn ervaringen met Vodafone en één van haar medewerkers. Daarbij werd de voor- en achternaam van de medewerkster herhaaldelijk gebruikt; zowel in de artikelen als in de door bezoekers geschreven reacties. Op verzoeken van telecomaanbieder om de naam van haar medewerkerster - die problemen ondervond van deze publicatie op internet - van zijn website te verwijderen is de journalist niet ingegaan. Pas op 24 oktober 2007 heeft de gedaagde in afwachting van het proces de artikelen en de reacties van de website verwijderd. Tijdelijk, want als hij in het gelijk zou zijn gesteld door de voorzieningenrechter zouden de publicaties onmiddellijk weer geplaatst worden.(2)

Dat werd hij echter niet, want zoals de meeste klassieke grondrechten is ook de vrijheid van meningsuiting geen absoluut recht. Het vindt zijn grens waar rechten en belangen van anderen, bijvoorbeeld het (...) recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zwaarder wegen. Dat laatste was in casu het geval. De voorzieningenrechter oordeelde dat de journalist de naam van de medewerkster, die zich bezighield met de telefonische verkoop van abonnementen, opzettelijk disproportioneel vaak heeft gebruikt, wat er toe heeft geleid dat internetgebruikers die haar naam in de zoekmachine Google intypen, uitkomen bij artikelen met beschuldigingen van onder meer leugenachtigheid. De rechter overwoog hieromtrent: Waar het vandaag de dag gebruikelijk is om, wanneer men iets van iemand wil weten (bijvoorbeeld bij sollicitaties), op de betreffende naam te ‘googlen’, is het waarschijnlijk dat [eiseres sub 2] hierdoor aanzienlijke reputatieschade heeft opgelopen.  De weblogger kreeg dan ook een verbod opgelegd de naam van de medewerkster nog eens op een door hem beheerde website te plaatsen en moest een voorschot op vergoeding van immateriële schade ten bedrage van 500 euro betalen.

Houdt dit arrest nu in dat webloggers hun vervelende ervaring met een bedrijf niet meer online mogen publiceren? Geenszins. Mensen als de bovenstaande journalist hebben het recht om (forse) kritiek in een internetcolumn of weblog-bericht openbaar te maken. Alleen zijn er wel grenzen. Een medewerkster van een bedrijf op disproportionele wijze aan de publieke schandpaal nagelen, overschrijdt die grens.

Voetnoten

1
Vz. Rb. 's-Gravenhage, 21 november 2007, LJN BB8427.
2
Sander Van der Werff, 'Blogger moet zwijgen', AD Den Haag, 12 november 2007.