Verplicht lidmaatschap vereniging is ontoelaatbaar

Kunnen kopers van een vakantiebungalow verplicht worden lid te worden en te blijven van een vereniging, die geen vereniging is als bedoeld in 5:124 BW? Voor die vraag zag het Amsterdamse gerechtshof zich gesteld.

De feiten

De Noord-Hollandse gemeente Texel heeft een stuk grond verkocht waarop vakantiewoningen gerealiseerd konden worden. In de koopovereenkomst was vastgelegd dat de koper en zijn rechtsopvolgers zich verplichten de woningen gemiddeld twaalf weken per jaar te verhuren. Nadat de bungalows van het Beach Park Texel gebouwd waren, heeft de koper een Vereniging van Eigenaren opgericht en de afzonderlijke kavels van het recreatiepark verkocht. De nieuwe kopers vonden echter dat zij onevenredig moesten bijdragen in de kosten van de vereniging en wilden hun lidmaatschap opzeggen. De statuten van de vereniging lieten dat echter op die grond niet toe. Daarom startte de Vereniging van Eigenaren een civiele procedure tegen de kopers, waarin zij de rechter primair vroeg voor recht te verklaren dat de kopers slechts gerechtigd zijn tot opzegging of beëindiging van het lidmaatschap op de gronden als opgenomen in haar statuten.

De uitspraak

In Hoger beroep heeft het gerechtshof te Amsterdam vastgesteld dat de vakantiewoningen een los onderdeel van het desbetreffende recreatiepark vormen. Omdat er geen sprake is van splitsing van een gebouw in appartementsrechten, is de vereniging geen vereniging als bedoeld in art. 5:124 BW, waarvan de appartementseigenaren van rechtswege verplicht lid zijn. Bijgevolg geldt het reguliere wettelijk regime voor verenigingen. Daaromtrent stelt het gerechtshof in overweging 4.4: Het hof is met de rechtbank van oordeel dat een onopzegbare verplichting tot het aanhouden van het lidmaatschap - behoudens, zoals de vereniging heeft aangegeven, in gevallen van beëindiging of overdracht van het eigendomsrecht -, buiten het geval van appartementsrechten, waarvoor een afzonderlijke wettelijke regeling geldt, strijdig is met het wettelijke stelsel, waarvan het genoemde artikel 2:35 BW een weergave is.(1)

Heeft deze uitspraak nu ook verstrekkende gevolgen voor Verenigingen van Eigenaren op andere bungalowparken? Dat valt nog te bezien. De verkoper van de vakantiebungalows had de nieuwe kopers persoonlijke - in de koopakte vermelde verplichtingen - opgelegd; o.a. het lidmaatschap van de Vereniging. Maar deze verplichtingen kunnen niet door een derde (zoals in casu de Vereniging) worden afgedwongen, tenzij deze derde feiten en omstandigheden zou stellen en bewijzen, die een overgang van rechten aannemelijk zouden kunnen maken. Had zij dat wel aannemelijk gemaakt, dan had de uitspraak er wel eens heel anders uit kunnen zien.

Voetnoten

1
Gh. Amsterdam, 17 november 2005, LJN AV3623, NJ 2007, 571 (VvE Beach Park Texel).