Google Cache

Een webwinkel die een niet betalende klant op haar website aan de digitale schandpaal nagelt, moet zich bewust zijn van de (onbedoelde) gevolgen die dit kan hebben.

Tijdens een verschil van mening kan het zijn dat u dingen zegt waar u later spijt van krijgt. U kunt het op zo’n moment echter ook weer goedmaken en na verloop van tijd kunnen beide partijen het voorval vergeten zijn. Als u uw grieven schriftelijk formuleert blijven uw woorden bewaard, totdat iemand het papier waarop uw woorden geschreven zijn vernietigd. Maar wie zijn wroeging aan het internet toevertrouwd, levert zichzelf uit aan een zevenkoppig monster. Dat ondervond ook Josephine R.

R. is de eigenaresse van een Elektrotechnisch Installatie Bureau. Met behulp van de software van LogiVert had zij op de website van het bedrijf ook een online winkel geopend, waar zij onder andere LED lampen, noodverlichting en schakelmateriaal aanbood. Op 26 september 2006 leverde zij schakelmateriaal ter waarde van 277,25 euro aan een klant, die niet binnen de vereiste acht dagen zijn factuur betaalde. Toen de factuur op 9 november 2006 nog altijd open stond, besloot de verkoper de klant te waarschuwen dat indien de factuur niet binnen 24 uur betaald zou zijn, zij haar ongenoegen omtrent het betalingsgedrag van de klant op haar website zou publiceren. En zo geschiedde. De klant werd met zijn volledige naam, adres en alle aan hem verbonden BV’s op de website geplaatst als oplichter en wanbetaler.

De actie had het gewenste gevolg, want op 13 november 2006 werd het verschuldigde bedrag alsnog bijgeschreven op de bankrekening van het bedrijf van R., waarna zij de belasterende teksten van haar website verwijderde. Door de naam van de klant in Google in te tikken, kon echter nog steeds een zoekresultaat boven water gehaald worden dat weliswaar een ‘dode link’ bleek te bevatten - een verwijzing naar een niet meer bestaande pagina -, maar waarvan Google gebruikers ook een cache-versie aanbod waarin de diffamerende teksten die op de website van R. hadden gestaan nog zichtbaar waren. En zo ontstond de aanleiding voor een kort geding(1) tussen de webwinkel en haar klant, waarbij de laatste eiste dat het internet gezuiverd zou worden van de aantijgingen aan zijn adres.

De voorzieningenrechter van de rechtbank in Dordrecht oordeelde op 15 februari 2007 dat onbetwist gebleven is dat de uitlatingen van R. onrechtmatig waren. De aanwezigheid van de gewraakte passages, of nog steeds diffamerende beperkte gedeelten daarvan in cache-bestanden van een zoekmachine, is volgens de rechter geen gevolg dat in een zo ver verwijderd verband staat met het onrechtmatig handelen van de webwinkel dat dit haar niet meer kan worden toegerekend. Maar ligt het in de macht van de webwinkel om de gewraakte passages uit deze cache van Google te verwijderen dan wel te doen verwijderen? De rechtbank acht het eerste niet aannemelijk, en veroordeelde de webwinkel daarom zich (alsnog) tot het uiterste in te spannen om die vermelding in de cache van de zoekmachine verwijderd te krijgen. Een algemeen bevel om het internet te zuiveren van bepaalde uitlatingen kan echter niet toegewezen worden, omdat een dergelijke vordering onvoldoende concreet is.

Voetnoten

1
Vzr.Rb Dordrecht, 15 februari 2007, LJN AZ8818 (Google Cache).