Vragen staat vrij (2)

In de Tweede Kamer der Staten-Generaal zitten 150 volksvertegenwoordigers. Hoewel zij allemaal op een kandidatenlijst van een politieke partij hebben gestaan en ook voortdurend samenwerken met de andere gekozen leden die op dezelfde lijst hebben gestaan - we noemen een dergelijke groep een fractie - beschikt ieder van hen over een persoonlijk mandaat. Daaruit vloeit voort dat zij verplicht zijn niet het partijbelang te vertegenwoordigen, maar het gehele Nederlandse volk (Art. 50 Grondwet). Dat doen zij onder andere door de regering te controleren. En één van de middelen die de Tweede-Kamerleden daarvoor ter beschikking staat is het vragenrecht. En daarover gaat de column van deze week, want hoe gaan politieke partijen eigenlijk om met dit vragenrecht?

Momenteel zijn er 10 fracties in de Tweede Kamer. Het CDA vormt met 41 leden de grootste fractie. Daarna volgen de PvdA (33), de SP (25) en de VVD (22). Eigenlijk is er maar één middelgrote fractie in de Tweede Kamer en dat is de negen leden tellende Pvv. Daarna volgen nog wat kleinere fracties: GroenLinks (7), ChristenUnie (6), D66 (3), PvdD (2) en SGP (2). Als ik de websites van deze politieke partijen bekijk, dan valt het mij op dat de vier grootste politieke partijen niet via hun website naar de kiezers toe communiceren waarover zij allemaal vragen hebben gesteld. Nu kan ik mij voorstellen dat politici wanneer zij - zoals het CDA in de periode 29 maart tot en met 5 april 2007 - in een week over meer dan 20 vragen (nieuwe vragen aan vakministers en staatssecretarissen en vragen die door hen zijn beantwoord bij elkaar opgeteld) naar de kiezers moeten communiceren de moed hen in de schoenen zinkt, maar uiteindelijk zijn al die vragen toch niet voor niets gesteld? De Partij voor de vrijheid en GroenLinks lijken de enige twee partijen te zijn die openlijk (een deel van) de door hun leden gestelde vragen op de landelijke website plaatsen. Gedeeltelijk ja, want GroenLinks meldt op 5 april nog niet dat Tweede-Kamerlid Peters op 3 april vragen heeft ingediend over de mensenrechtensituatie in Pakistan (Kamervragen TK 2006-2007, vraagnr. 2060711360), dat hetzelfde lid op 2 april vragen heeft ingediend over de voortgang van de oprichting van een Nationaal Instituut voor de Mensenrechten (Kamervragen TK 2006-2007, vraagnr. 2060711210) en dat de heer Vendrik op 29 maart 2007 vragen heeft ingediend over het van de markt halen van het hartmedicijn Pronestyl door farmaceut Bristol-Myers Squibb (Kamervragen TK 2006-2007, vraagnr. 2060710980). Liefhebbers van Kamervragen kunnen daarom beter wekelijks even Parlando raadplegen dan de websites van de politieke partijen.

Een andere mogelijke verklaring voor het gebrek aan aandacht voor kamervragen op de internetpagina’s van politieke partijen is dat Tweede Kamerleden misschien bang zijn dat iemand hen later naar de antwoorden van de bewindslieden zal vragen. Die angst kan voortkomen uit de angst om fouten te maken. De Kamerleden Van Hijum en De Vries (beiden CDA) kregen deze week bijvoorbeeld, in het antwoord op hun vragen over de verhoging van salarissen bij de directie van de Nederlandse Spoorwegen, van de minister van Financiën te horen, dat zij zich hadden vergist in het wegingspercentage van de vervoersprestatie binnen het variabele deel van de prestatiebeloning van de directie. (Kamervragen TK 2006-2007, nr. 1064) Maar dat is slechts een sporadische uitzondering en toch niet iets om je voor te schamen?

Maar er zijn ook andere redenen te bedenken waarom politici bang kunnen zijn om naar de antwoorden op hun kamervragen gevraagd te zullen worden. Stel nu dat een Tweede Kamerlid net met veel bombarie een standpunt zou hebben ingenomen en eens lekker in de media zou hebben afgegeven op een vermeende schandalige situatie en de situatie blijkt toch erg mee te vallen. Dat zou erg pijnlijk zijn! En het niet publiceren van antwoorden zorgt er dan in ieder geval voor dat er geen slapende honden wakker gemaakt worden.

Overigens denk ik niet dat politieke partijen hun kamervragen (en de antwoorden op die vragen) uit angst van hun website verwijderd houden. De oorzaak moet waarschijnlijk veel eerder gezocht worden in het profileren van politici in de media. Kamervragen zijn meestal veel minder spannend dan het persbericht dat je er over kunt schrijven. Waarheidsvinding is vaak veel minder nieuwsgevoelig dan het uiten van een mening. En daarom zijn kamervragen voor sommige politici misschien wel niets meer dan goedkope aanleidingen om een persbericht de wereld in te sturen in de hoop dat er een journalist hapt. Helaas, want dat is nu precies waar kamervragen niet voor bedoeld zijn.