Wijzigingsvoorstel voor de Kieswet

Blanco stemmen worden, als het wetsvoorstel dat de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mevrouw Bijleveld-Schouten, op 21 juli 2007 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd(1) wordt aangenomen, straks niet langer geregistreerd als ongeldig. De verandering is een van de technische aanpassingen van de Kieswet en enkele andere wetten die in het wetsvoorstel zijn opgenomen.

Momenteel schrijft artikel N 6 van de Kieswet voor dat het stembureau alleen telt hoeveel stemmen er op iedere kandidaat zijn uitgebracht en hoeveel geldige stemmen er in totaal op de kandidaten zijn uitgebracht. Blanco stemmen worden daardoor geregistreerd als ongeldig. Zij tellen (anders dan ongeldige stemmen) wel mee bij de berekening van het opkomstpercentage, maar hebben geen enkele invloed op de uitslag van de verkiezingen. Toch zit er een verschil tussen iemand die blanco stemt en iemand die een ongeldige stem uitbrengt. De eerste doet dit meestal bewust en kiezers willen dan ook graag dat deze keuze zichtbaar wordt in de uitslag.(2) Dat kan door, zoals in dit wetsvoorstel wordt voorgesteld,(3) het stembureau ook het aantal blanco stemmen en het aantal ongeldige stemmen te laten vaststellen.

Herziening registratie
Een andere technische aanpassing betreft artikel D 5 van de Kieswet. De staatssecretaris stelt voor het tweede lid - waarin staat dat een schriftelijk verzoekschrift aan burgemeester en wethouders tot herziening van de registratie kan worden ingediend op grond dat hij niet of niet op de juiste wijze als kiezer is geregistreerd, gemotiveerd dient te worden - te laten vervallen.

Art. D 5 Kieswet
1. Een ieder kan schriftelijk aan burgemeester en wethouders om herziening van de registratie verzoeken op de grond dat hij niet of niet op de juiste wijze als kiezer is geregistreerd.
2. Het verzoekschrift dient gemotiveerd te zijn.

Het tweede lid is niet meer nodig, omdat artikel 4:2 lid 2 Awb reeds vereist dat de aanvrager de gegevens en bescheiden, die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, moet verschaffen.

Kamerlidmaatschap vervalt van rechtswege
Op dit moment bepaalt artikel X 1 van de Kieswet dat het lidmaatschap van Eerste- en Tweede Kamerleden ophoudt, zodra onherroepelijk vast komt te staan dat zij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervullen. Zo’n met het kamerlidmaatschap onverenigbare functie is bijvoorbeeld het lidmaatschap van de Raad van State of het zijn van minister (Art. 57 lid 2 Gw). Het betrokken Kamerlid moet in zo’n geval zelf ontslag nemen,(4) door de voorzitter van de Kamer van de incompatibiliteit in kennis te stellen (Art. X 3 lid 1 Kieswet). Door een dergelijke inkennisstelling komt de onverenigbaarheid onherroepelijk vast te staan, waarna de voorzitter hiervan onverwijld kennis geeft aan de voorziter van het centraal stembureau (Art. X 1 lid 2 Kieswet). Als het Kamerlid geen actie onderneemt en de voorzitter van mening is dat hij in een situatie verkeert waarin hij geen Tweede-Kamerlid meer kan zijn, waarschuwt de voorzitter de belanghebbende schriftelijk (Art. X 3 lid 2 Kieswet). Vervolgens staat het het belanghebbende Kamerlid vrij uiterlijk op de achtste dag na de dagtekening van de waarschuwing, de waarschuwing aan het oordeel van de Kamer te onderwerpen. Daardoor kan theoretisch tot acht dagen na de benoeming onduidelijkheid bestaan over voortzetting van het Kamerlidmaatschap. Aan deze theoretische onduidelijkheid, komt binnenkort dus waarschijnlijk een einde. Leden van de Eerste of van de Tweede Kamer die benoemd worden in een ambt als bedoeld in artikel 57 lid 2 van de Grondwet houden straks van rechtswege op lid te zijn van het volksvertegenwoordigende lichaam.(5)

Voetnoten

1
TK Vergaderjaar 2006-2007 31.115 nr. 1
2
TK Vergaderjaar 2006-2007 31.115 nr. 3 Pg. 4
3
TK Vergaderjaar 2006-2007 31.115 nr. 2 Pg. 3 art. Q e.v.
4
TK Vergaderjaar 2006-2007 31.115 nr. 3 Pg. 6
5
TK Vergaderjaar 2006-2007 31.115 nr. 2 Pg. 7 art. PP e.v.