Negentien minuten

In de afgelopen twee weken heb ik de veertiende roman van Jodi Picoult gelezen. Haar boek, ‘Nineteen Minutes’, verscheen vorig jaar en debuteerde onmiddellijk op de Amerikaanse New York Times bestseller-lijst. Het verhaal gaat over een jongen (Peter Houghton) die op zijn middelbare school in Sterling (New Hampshire) een bloedbad aanricht, om wraak te nemen op hen die hem al die jaren hebben gepest en hen die niets hebben ondernomen om dat te voorkomen. In het boek wordt aan de hand van flashbacks een beeld geschetst van de factoren die tot dit drama hebben geleid.

Tegelijkertijd staat de wereld na zo’n schokkende gebeurtenis niet stil, al is dat niet altijd het gevoel dat de overlevende slachtoffers hebben. Alex Cormie, rechter van de hogere rechtbank en moeder van één van de overlevenden, probeert toenadering te zoeken tot haar dochter Josie. Hopeloos aandoende pogingen van een vrouw die zich jaren alleen op haar werk heeft gericht en zich nu geconfronteerd ziet met een dochter die zich terugtrekt, voortdurend in huilbuien uitbarst en onbereikbaar lijkt. Ouders van slachtoffers die door haat verscheurd worden en twee ouders die zich, gebukt onder gevoelens van schuld en schaamte, telkens opnieuw afvragen waar zij in de opvoeding gefaald hebben.

De aanleiding, de juridische procedure, het weer oppakken van het gewone leven door de overlevenden en de problemen die dat met zich meebrengt en de schuldgevoelens van Lacy en Lewis Houghton voor wat hun zoon heeft aangericht, worden in weloverwogen dialogen weergegeven. Juist het oog van de auteur voor juridische gebeurtenissen, sociologische verschijnselen en psychische gevolgen maakt het boek veelzijdig en aantrekkelijk voor een brede schare lezers.

In welk genre het boek ingedeeld moet worden, is moeilijk vast te stellen. ‘s Lands grootste online mediawinkel van dit moment heeft gekozen voor de categorie ‘moderne fictie’. In het boek zijn echter ook de sporen terug te vinden van de schietpartijen op de Columbine High School (20 april 1999) en Red Lake High School (21 maart 2005). De sub-categorieën ‘juridische thrillers’ en ‘mysterie’ hadden evengoed gekozen kunnen zijn. Maar de vraag in welk hokje dit literaire werk is in te delen, is geen relevante vraag. Dat is althans wat de auteur ons (haar lezers) wil leren. Er moet ruimte zijn voor verschillen. “Discriminatie en ongelijkheid op middelbare scholen zal nooit ophouden, totdat de volwassenen die in scholen werken door het leven gaan zonder anderen te veroordelen om hun geslacht, religie, seksuele geaardheid et cetera. Het is toch ridicuul dat Amerika trots is op haar melting-pot-samenleving, terwijl - zoals Peter het in de roman zegt - dat alleen betekent dat iedereen hetzelfde moet zijn.” Dat loslaten van vooroordelen zou overigens een goed advies zijn voor alle opvoeders.

Ook is dit boek een goed moment om nog eens stil te staan bij het wetenschappelijk bewezen feit dat het niet mogelijk is om in te schatten welk kind op een gewelddadige wijze wraak zal nemen op de wereld om hem (of haar) heen. Goed beschouwd heeft een grote meerderheid van de mensen ooit in een stadium van hun leven aan deze schets voldaan, zonder extreem gewelddadig te zijn geworden. Wat dat betreft verschillen mensen als Peter niet zoveel van ‘normale’ mensen, als wij na soortgelijke gebeurtenissen wel zouden willen geloven. De steeds weer terugkerende vraag in het boek is dan ook: weten we ooit wie iemand echt is? En dat brengt ons terug bij het advies uit de vorige alinea. Als er al een kans bestaat om mensen echt te leren kennen, dan is dat door jezelf voor hen open te stellen. Door mensen niet bij voorbaat te veroordelen of een etiket op te plakken; al doen we dat soms met de beste bedoelingen.