Luxe paardenstal moet worden versoberd

Appellant heeft zijn paardenstal/hobbyruimte een paar extra voorzieningen meegegeven waarin de bouwvergunning niet heeft voorzien. Is het college van burgemeester en wethouders nu bevoegd om handhavend op te treden? Of moet van handhaving worden afgezien.

De feiten

Appellant heeft op 4 september 2003 een bouwvergunning gekregen voor het vernieuwen van een paardenstal/hobbyruimte. Hij heeft echter meer voorzieningen in de paardenstal aangebracht dan waarvoor een vergunning was gegeven en heeft bovendien de oude paardenstal niet gesloopt. Op 27 september 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ambt Montfort (sinds 2006 opgegaan in de gemeente Roerdalen(1)) hem daarom, onder oplegging van een dwangsom, gelast de situatie ter plaatse aan te passen.(2)

Sloop oude paardenstal

Uit de aanvraag voor de bouwvergunning die op 4 september 2003 is verleend blijkt dat de bestaande paardenstal zal worden verwijderd en daarna opnieuw zal worden opgebouwd. Er is dus gebouwd in afwijking van de bouwvergunning. Daarenboven zijn extra voorzieningen aan de paardenstal/hobbyruimte toegevoegd: een gasaansluiting in de meterruimte, de cv-installatie op de begane grond en de aan- en afvoerleiding ten behoeve van de cv-installatie op de verdieping. Ook die zijn in afwijking van de bouwvergunning gebouwd. Het bouwen zonder, of in afwijking van, een bouwvergunning is verboden (Art. 40 lid 1 Woningwet).

Handhaven of gedogen

In Nederland geldt voor bestuursorganen de beginselplicht tot handhaving. Dat wil zeggen dat wanneer een wettelijk voorschrift wordt overtreden, het bestuursorgaan dat bevoegd is handhavend op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Naar vaste jurisprudentie zijn er twee bijzondere omstandigheden waaronder van een bestuursorgaan verlangd mag worden dit niet te doen. De eerste doet zich voor wanneer een concreet uitzicht op legalisatie bestaat. De tweede doet zich voor wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Appellant beriep zich voor de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State tevergeefs op beide uitzonderingen.

Geen uitzicht op legalisatie
Volgens appellant bestond er een concreet uitzicht op legalisatie, omdat het college van burgemeester en wethouders een bouwvergunning zou kunnen verlenen voor de extra aangebrachte voorzieningen in het bouwwerk. De Afdeling volgt deze redenering echter niet. Blijkens het bestemmingsplan berust op het perceel de bestemming Agrarisch gebied met hoge landschappelijke waarde. Er mag niet op worden gebouwd en zeker geen opstallen voor permanente of tijdelijke bewoning. Bovendien zou de paardenstal/hobbyruimte door het aanbrengen van de voorzieningen geschikt worden gemaakt voor meer gebruiksmogelijkheden dan waarvoor de te vernieuwen paardenstal geschikt was. Aldus wordt de aard van de afwijking van het plan vergroot.

Handhavend optreden is niet onevenredig:
Het aanbrengen van voorzieningen in de paardenstal/hobbyruimte waardoor dit bouwwerk geschikt wordt gemaakt voor andere doeleinden dan die waarin de te vernieuwen paardenstal voorziet, kan niet worden beschouwd als een overtreding van geringe aard en ernst. De oude paardenstal had deze voorzieningen niet en kon wel als zodanig worden gebruikt. Dus is in casu het handhavend optreden door het bestuursorgaan ook niet zodanig onevenredig in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van dit optreden afgezien had moeten worden.

Voetnoten

1
Wet samenvoeging gemeenten Ambt Montfort en Roerdalen (Stb. 2006, 423).
2
ABRvS 3 september 2008, LJN BE9719.