Rechterlijke schorsing maakt gedogen onmogelijk

Op 22 december 2007 heeft de president van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch vonnis gewezen in een zaak tussen de gemeente Sint Anthonis en twee bewoners. De vraag die in de voorlopige voorzieningsprocedure gesteld werd, was of het college een rechterlijk bevel tot schorsing opzij kan zetten met een gedoogverklaring. Dat is niet het geval.

Op 11 juli 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeeente Sint Anthonis vrijstelling van de voorschriften van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2000’  verleend aan DSV S.v. Sint Anthonis. De plaatselijke voetbalclub wilde een vierde speelveld, twee dug-outs, twee doelen, twee ballenvangers en zes lichtmasten op het perceel Ledeackersestraat 25 verwezenlijken. De verzoekers waren woonachtig aan de zijde naast dit nieuwe zogeheten ‘vierde veld’ en vreesden voor een ernstige toename van de geluidsoverlast.

Op 19 april 2007 heeft de bestuursrechter de ongegrondverklaring van verzoekers tegen dit besluit gerichte bezwaarschrift vernietigd en met toepassing van artikel 8:72 lid 5 Awb het besluit van 11 juli 2006 geschorst, voor zover dit ziet op een vrijstelling van de voorschriften van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2000’ ten behoeve van het gebruik van het vierde veld. Bij deze beslissing speelde mee dat het college van B&W;onvoldoende onderzoek had gedaan naar de geluidsoverlast aan de woning van verzoekers en aan de vrijstelling geen andere voorschriften aangaande het gebruik van het vierde veld had verbonden.

De verdere voortgang van de procedure is een herhaling van zetten. Op 1 mei 2007 nam het college van B&W;een gedoogbesluit. De nieuwe beslissing op het bezwaarschrift (3 juli 2007) werd weer met succes aangevochten bij de bestuursrechter, die op 6 september 2007 voor de tweede keer het primaire besluit van 11 juli 2006 schorste en ditmaal expliciet vermeldde dat tot de uitspraak in het beroep het vierde speelveld niet gebruikt mocht worden. Desalniettemin nam het college van B&W;van Sint Anthonis op 18 september 2007 wederom een gedoogbesluit. Maar kan het college van B&W;wel een gedoogverklaring geven als er een rechterlijk bevel tot schorsing ligt?

Die vraag moet ontkennend beantwoord worden. De president van de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch overwoog dienaangaande: “De voorzieningenrechter stelt vast dat het - kennelijk voortgaande - gebruik van het vierde veld ingevolge de door de voorzieningenrechter op 6 september 2007 uitgesproken schorsing als illegaal moet worden gekarakteriseerd. Het door verweerder genomen gedoogbesluit van 18 september 2007 vermag daaraan niet toe of af te doen. Er valt immers geen wettelijke en evenmin een jurisprudentiële regel aan te wijzen op grond waarvan een door de (voorzieningen)rechter uitgesproken schorsing door middel van een door een bestuursorgaan genomen gedoogbesluit kan worden opgeheven dan wel opzij gezet. De conclusie kan dan ook geen andere zijn dan dat de illegale situatie voortduurt, het gedoogbesluit juridisch noch feitelijk enig effect sorteert en dientengevolge op verweerder een beginselplicht tot handhaven is blijven rusten.”

Door na de rechterlijke uitspraak van 6 september 2007, ondanks het verzoek van verzoekers, niet tegen de illegale situatie op te treden, heeft het college niet aan zijn beginselplicht tot handhaven voldaan. De bestuursrechter ziet in casu zelfs aanleiding om het bestuursorgaan te dwingen tot handhaving over te gaan en te bepalen dat het college aan verzoekers een dwangsom ten bedrage van € 5.000,- verbeurt voor elke dag dat zij hiermee in gebreke blijft.