Delegatie van beslissingen op bezwaarschriften niet zomaar toegestaan

Kan een bestuursorgaan de bevoegdheid om te beslissen op een bezwaarschrift delegeren aan een ander bestuursorgaan op grond van een algemene delegatiebepaling? Voor die vraag zag de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State zich in haar uitspraak van 6 januari 1997 gesteld.(1)

De feiten

Op 19 december 1994 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkemade Van der P. gelast bepaalde activiteiten te staken. Het bezwaarschrift dat Van der P. tegen deze beschikking heeft ingediend, werd op 10 april 1995 door de commissie voor de bezwaar- en beroepschriften der gemeente Alkemade ongegrond verklaard. De commissie ontleende de bevoegdheid om te beslissen op het bezwaarschrift aan artikel 2 lid 1 van de Verordening cie. bezwaar- en beroepschriften 1994. Deze verordening was door de gemeenteraad opgesteld om, conform artikel 165, eerste lid, van de gemeentewet, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders een bevoegdheid van het college aan een commissie te delegeren.

Besliscommissie niet toegestaan

Voor de vraag gesteld of een bestuursorgaan de bevoegdheid om te beslissen op een bezwaarschrift mag delegeren aan een besliscommissie, overweegt de Afdeling dat de bezwaarschriftprocedure zoals neergelegd in de Awb niet voorziet in de mogelijkheid om het nemen van de beslissing op bezwaar over te dragen aan een ander bestuursorgaan dan het bestuursorgaan dat het primaire besluit heeft genomen. Artikel 1:5 lid 1 Awb is dus een dwingendrechtelijke bepaling.

Art. 1:5 lid 1 Awb:
Onder het maken van bezwaar wordt verstaan: het gebruik maken van de ingevolge een wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid, voorziening tegen een besluit te vragen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.

Als de formele wetgever van een dwingendrechtelijke bepaling van de Awb wil afwijken, dan moet zij daartoe een uitdrukkelijk tot afwijking van de Awb strekkende grondslag in de formele wet opnemen, aldus de Afdeling. “Een zodanige grondslag wordt niet geboden door de algemene bepalingen in de Gemeentewet inzake de overdracht van bevoegdheden. Deze wijken niet uitdrukkelijk af van de Awb. (...) Zonder een uitdrukkelijke grondslag in de formele wet is een lagere wettelijke regeling - zoals, in dit geval, een gemeentelijke verordening - die voorziet in een bevoegdheid van een commissie om in de plaats van het bestuursorgaan dat het primaire besluit heeft genomen, te beslissen op bezwaar, in strijd met de Awb en in zoverre onverbindend.” En dát is inmiddels vaste jurisprudentie.

Voetnoten

1
ABRvS 6 januari 1997, AB 1997, 86 M.nt. F. Michiels (Besliscommissie Alkemade).