De motie als debatvorm

Op maandag 4 februari 2008 hebben de twee Tweede-Kamerleden van de Partij voor de Dieren geen debat over dierenwelzijn gevoerd. In plaats daarvan dienden zij tientallen moties in. Kribbige reacties van leden van andere fracties waren het gevolg.

In artikel 50 van de Nederlandse Grondwet is bepaald dat de Staten-Generaal, dat wil zeggen de Eerste Kamer én de Tweede Kamer, het gehele Nederlandse volk vertegenwoordigen. Hoewel beide Kamers het landsbelang voorop moeten stellen, is hun werk beslist niet identiek. Zij hebben ieder een eigen functie in ons constitutionele bestel. Zij hebben ook elk hun eigen reglement van orde. Een dergelijk reglement regelt de interne organisatie binnen het orgaan. Het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bevat bijvoorbeeld regels over de samenstelling van kamercommissies, de fracties, de financiële huishouding van de Kamer en de regels voor het voeren van debatten tijdens de plenaire vergadering.

In artikel 66 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer is vastgelegd dat een Tweede-Kamerlid, wanneer hij of zij aan het woord is, moties in kan dienen over het in behandeling zijnde onderwerp. Een motie moet kort en duidelijk geformuleerd zijn, op schrift gebracht en door de voorsteller ondertekend zijn. Bovendien kan zij alleen in behandeling worden genomen als zij door ten minste vier andere leden wordt mede ondertekend of ondersteund. Let wel: dat een motie voldoende ondersteund wordt om deel uit te maken van de beraadslaging, wil natuurlijk nog niet zeggen dat hij ook door een kamermeerderheid wordt ondersteund. Pas als na stemming blijkt dat een motie door een meerderheid van de aanwezige kamerleden wordt ondersteund, geldt de motie als een uitspraak van de Kamer.

De twee Tweede-Kamerleden van de Partij voor de Dieren, Esther Ouwehand en Marianne Thieme, waren zo teleurgesteld in de nota dierenwelzijn van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, dat zij hun spreektijd in eerste termijn amper gebruikten; om in hun tweede termijn een record aantal moties in te kunnen dienen. Thieme: De nota is een belediging voor iedereen die wil dat dieren eindelijk letterlijk tot hun recht komen. De minister neemt dierenwelzijn niet serieus en dieren worden weer jarenlang in de wacht gezet in hun uitzichtloze hokken in de bio-industrie.’ Volgens artikel 66 lid 3 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer dient de tekst van een motie door de indiener te worden voorgelezen. Daardoor lukte het niet om de geplande 60 moties - die volgens de beide fractieleden voor een groot deel zijn ontleend aan de verkiezingsprogramma’s van de regerende coalitiepartijen (CDA, PvdA en ChristenUnie) - allemaal voor te dragen. Hoeveel er daarvan aangenomen zullen worden, is pas op 12 februari bekend.