De grenzen van de columnist

Naar aanleiding van een column die ik voor de website van een landelijke politieke partij heb geschreven, kreeg ik een kort e-mailtje terug. De afzender was niet zo gelukkig met het aandacht geven aan het seksleven van met name genoemde Nederlanders. Natuurlijk kan ik een dergelijke mededeling voor kennisgeving aannemen en naast mij neerleggen, maar het bericht roept ook een belangrijke vraag op. Waar liggen de grenzen van een columnist op het internet?

In de jaren ‘70-80 van de vorige eeuw verschenen de eerste columns in kranten en tijdschriften. Regelmatig verschijnende, ondertekende rubrieken, met een eigen karakter waarin de columnist alle vrijheid heeft om ieder willekeurig onderwerp te belichten: van persoonlijke ontboezemingen tot beschouwingen over de politiek op wereldniveau. Hoewel de schrijvers van dergelijke stukjes traditioneel veel uitingsvrijheid genieten, zijn zij wel gebonden aan de mogelijkheden die het medium hen biedt. De columnist die een film wil bespreken zal de film ook moeten beschrijven. Dat geldt idem dito voor columns in gedrukte media over muziek en dans.

Internet columnisten

Hoe anders ligt dat voor de moderne columnist op internet. Televisiebeelden en films worden met behulp van community websites als YouTube direct in de column geplaatst. Voor een verwijzing naar opmerkelijke muziek, blog-berichten en krantenartikelen is één hyperlink voldoende om het voltallige lezerspubliek kennis te laten maken met de aangevoerde (inspiratie)bron. Wat dat betreft heeft het internet columnisten nieuwe middelen gegeven om hun verhaal kracht bij te zetten.

Maar in die sterke kant van digitale columns zit misschien ook wel haar zwakte verscholen. Als columnist wil ik dat mijn columns gelezen worden. En daarom probeer ik zoveel mogelijk mensen aan te spreken. Een aantrekkelijk onderwerp helpt daarbij, maar sappige foto’s en opmerkelijke verwijzingen kunnen daarbij net zo belangrijk zijn. Gelezen worden, daar draait het immers om. En soms kan de columnist daarbij, met de keuze van zijn woorden en de gebruikte verwijzingen, een suggestie wekken die bezijden de waarheid is. Een suggestie die tot de verbeelding van de massa spreekt, maar ten koste gaat van het individu.

Grenzen

Hoe ver mag je als columnist gaan in het aanspreken van de lezer, in het bieden van entertainment, in het schilderen van karikaturen van anderen? Iedereen weet dat in columns de ‘waarheid’ soms wat wordt aangedikt. Juist dat grote internet, met zijn veelvoud aan informatie en infotainment, biedt zoveel aanknopingspunten en verleidingen, dat het soms moeilijk is de lokroep te weerstaan om alles wat naar sensatiezucht ruikt te mis-/gebruiken in een column. Waar de grens precies ligt weet ik niet. Maar dat er een grens is, dat is zeker.