Onze Grondwet: Onbekend, maar erg belangrijk

In het begin van dit jaar (2008) heeft TNS-NIPO, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, onderzoek gedaan naar de kennis van Nederlanders over de Grondwet en het belang dat zij aan haar toedichten. Directe aanleiding was het 25-jarig jubileum van de grote grondwetsherziening die op 17 februari 1983 is doorgevoerd. Een grondwetsherziening waarvoor de Tweede Kamer ontbonden is, zodat iedere kiesgerechtigde Nederlander zich er over uit kon spreken (Art. 137 lid 3 Grondwet). Maar ook een grondwetsherziening die totaal geen rol speelde bij de verkiezingen in 1981, ondanks dat hij voor Nederland van zeer groot belang is geweest.

Bijna iedereen (94%) blijkt de Grondwet belangrijk te vinden (‘tamelijk belangrijk’ of ‘heel belangrijk’), maar 84% zegt amper iets of helemaal niets over de inhoud ervan te weten. Dat is een kloppend zelfbeeld. Van de zes kennisvragen die de respondenten kregen voorgelegd, beantwoordde 94% er 3 of meer fout. Niemand was in staat alle vragen juist te beantwoorden. Sterker nog: 5% van de Nederlanders wist niet eens dat wij een Grondwet hebben. Me dunkt dat ‘de Nederlander’ dan ook weinig kan zeggen over het belang van de Grondwet. En ondanks dat ‘we’ niet weten wat erin staat, vinden we ook (87% althans) dat jongeren op school zouden moeten leren wat er in de Grondwet staat. Wist u dat 70% van de ondervraagden aangeeft op school (en/of tijdens de opleiding) kennis over de Nederlandse Grondwet te hebben opgedaan? Ik vraag mij af waar die kennis gebleven is. Gelukkig neemt ook een zeer grote minderheid van de Nederlanders de moeite om op eigen initiatief informatie over de Grondwet op te zoeken (45%).

Interessant vind ik de analyse van de antwoorden naar politieke voorkeur van de respondenten. Zo blijkt het gehele kiezerskorps van GroenLinks en D66 te weten dat Nederland een Grondwet heeft. (Nog) niet-kiesgerechtigden en thuisblijvers blijken deze kennis in veel mindere mate te bezitten (respectievelijk 78% en 91%). Van de aanhangers van Geert Wilders’ PVV - die enkele jaren geleden nog flink wat media-aandacht naar zich toe wist te trekken met een pleidooi voor de afschaffing van artikel 1 van de Grondwet (dat over gelijke behandeling gaat) - wist slechts 6% dat de Grondwet een bepaling over gelijke behandeling bevat. Dat is overigens nog altijd meer dan twee keer zoveel dan het landelijk gemiddelde, maar bij een partij die zo fel van leer is getrokken tegen die ene bepaling had ik een hoger percentage verwacht.

De lezers van de voltallige Grondwet bevinden zich voornamelijk in het kiezerskorps van het CDA (12%), de PvdA (10%) en de SP (10%), al is het aantal mensen dat deze vraag heeft beantwoord wel erg beperkt (

< 200). 17% van de respondenten haalt de Nederlandse en de Amerikaanse Grondwet door elkaar, en veronderstelt dat de onze begint met de woorden:

Wij het volk van Nederland. Mocht u slaapproblemen hebben en een nieuwe remedie willen uitproberen, probeer dan eens op te zoeken hoe onze Grondwet echt begint. Lees daarna gerust verder. Welterusten.

De Grondwet is van grote waarde, maar voor middelbare scholieren niet of nauwelijks te lezen. Haar betekenis voor ons dagelijks leven is ook maar beperkt. Leerlingen vertrouwd maken met de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat - grondrechten maken daar deel van uit - lijkt mij nuttiger. Een deel van onze Grondwet, namelijk dat deel waarin de grondrechten zijn opgenomen, kan daarbij behulpzaam zijn. Maar wij moeten niet de illusie hebben dat middelbare scholieren na het lezen van de Grondwet opeens weten hoe de Nederlandse staat in elkaar steekt. Dat staat er namelijk niet in.