Geen harde leeftijdsgrens voor pensionering scheidsrechters

Is het hanteren van een algemene leeftijdsgrens door de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (hierna: KNVB) om een arbeidscontract met (assistent-)scheidsrechters te beëindigen in strijd met het discriminatieverbod van artikel 1 van de Grondwet? De scheidsrechters Uilenberg en Schaap alsmede assistent-scheidsrechter (= grensrechter) Kardol vonden van wel en spanden met succes een kort geding aan tegen hun werkgever.

De KNVB had de drie mannen laten weten dat zij, gezien hun leeftijd, met ingang van 1 juli 1999 niet meer in de competitie betaald voetbal mochten fluiten. Voor scheidsrechters was in het Vademecum Scheidsrechterszaken Betaald Voetbal een leeftijdsgrens van 45 jaar vastgelegd (met een dispensatiemogelijkheid voor maximaal twee seizoenen). Voor assistent-scheidsrechters was die grens vastgesteld op 47 jaar.

Artikel 1 Grondwet:
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Is een dergelijke leeftijdsgrens in strijd met het discriminatieverbod zoals neergelegd in artikel 1 van de Nederlandse Grondwet? Dat hoeft niet het geval te zijn. Een onderscheid naar leeftijd is gerechtvaardigd als daarvoor een objectieve rechtvaardiging kan worden aangewezen. Dat wil zeggen: als het onderscheid gericht is op een redelijk doel, doelmatig is en passend (proportioneel). De KNVB heeft destijds de leeftijdsgrens in het betaald voetbal ingevoerd om de kwaliteit van het scheidsrechterscorps te kunnen handhaven. De drie (assistent-)scheidsrechters hebben er bij de rechter op gewezen dat de KNVB een uitgebreid instrumentarium heeft om de geschiktheid van individuele scheidsrechters voor het leiden van wedstrijden in het betaald voetbal vast te stellen. Dit instrumentarium bestaat uit verschillende ‘toetsen’: een medische keuring voor de aanvang van elke seizoen door de medische afdeling van de KNVB; vier maal per jaar een zware conditietest; en twee maal per seizoen een toets op kennis van de geldende spelregels. Bovendien wordt iedere voetbalwedstrijd beoordeeld door een collega, die daarvan een schriftelijk beoordelingsrapport vaststelt. Volgens hen zijn deze toetsen en het peer-review een geschikt en afdoende instrumentarium voor het door de KNVB beoogde doel. Een conclusie die door de voetbalbond niet of onvoldoende weersproken is.

Het gerechtshof te Amsterdam oordeelde in het kort geding dan ook dat het hanteren van de leeftijdsgrenzen voor Uilenberg c.s. in de gegeven omstandigheden disproportioneel is, nu vooralsnog aannemelijk is dat de KNVB beschikt over (en ook daadwerkelijk gebruik maakt van) een uitgebreid aantal adequate meetinstrumenten ter toetsing van de geschiktheid van individuele scheidsrechters voor het leiden van wedstrijden betaald voetbal.(1) Het hof achtte het voorshands aannemelijk dat voor het jegens Uilenberg c.s. gehanteerde leeftijdsonderscheid geen objectieve rechtvaardiging bestond.

Twee jaar later moest het gerechtshof te Amsterdam opnieuw een kort geding van een scheidsrechter tegen de voetbalbond behandelen. Dit keer betrof het een 70-jarige scheidsrechter jeugdvoetbal. De KNVB beschikt niet over een instrumentarium voor de beoordeling van de geschiktheid van individuele scheidsrechters voor het leiden van wedstrijden in het jeugdvoetbal. Bovendien zijn niet alle scheidsrechters in het amateurvoetbal (waar het jeugdvoetbal onder valt) officials van de KNVB. De 70-jarige scheidsrechter stelde wel dat er sprake was van een ongerechtvaardigd onderscheid op grond van leeftijd, maar onderbouwde dit betoog niet. Het Gerechtshof gaf dan ook als haar voorlopig oordeel dat in casu de leeftijdsgrens van 70 jaar objectief gerechtvaardigd werd door een legitiem doel, dat doelmatig en proportioneel was.(2)

Voordat de vraag beantwoord kan worden of het functioneel leeftijdsontslag van scheidsrechters in strijd is met artikel 1 van de Grondwet, moet men dus weten welk type wedstrijden hij fluit. Binnen het betaald voetbal levert het hanteren van een algemene leeftijdsgrens problemen op, omdat er een voldoende instrumentarium is om te bepalen of iemand nog geschikt is om voetbalwedstrijden op dat niveau te fluiten. Bij amateurwedstrijden ligt dat anders; daar ontbreekt een dergelijk instrumentarium zodat het onderscheid een redelijk doel dient, waarbij het onderscheid doelmatig en proportioneel is.

Voetnoten

1
Gerechtshof Amsterdam, 13 januari 2000, NJ 2000, 466 Ov. 4.18 (Leeftijdsontslag scheidsrechter betaald voetbal).
2
Gerechtshof Amsterdam, 28 februari 2002, NJ 2002, 320 Ov. 4.6 (Leeftijdsontslag scheidsrechter jeugdvoetbal).