Misdaadverslaggever moet stem boef vervormen

Misdaadverslaggever Peter. R. de Vries wilde in zijn uitzending van 20 april 2008 aandacht besteden aan de gevaren van internetdaten. Als voorbeeld nam hij de man die eerder veroordeeld is voor doodslag op zijn vrouw, maar nu in de resocialiseringsfase van zijn straf zit. Deze man, Paul van O., had op de datingsite RelatiePlanet een profiel aangemaakt om in contact te komen met vrouwen. Zijn strafblad had hij echter niet op zijn profiel vermeld.

De feiten

Peter R. de Vries is journalist en bekend om zijn programma ‘Peter R. de Vries, misdaadverslaggever’ dat uitgezonden wordt op de commerciële televisiezender SBS6. In dit programma heeft hij diverse keren aandacht besteed aan de zaak Paul van O. Op 11 oktober 2004 is Paul van O. in hoger beroep door het gerechtshof ‘s-Gravenhage veroordeeld wegens doodslag van zijn echtgenote. Op dit moment bevindt hij zich in de resocialiseringsfase van zijn straf. Dat wil zeggen dat hij werkzaam kan zijn en een sociaal netwerk moet opbouwen. Om die reden heeft hij een profiel aangemaakt bij de datingsite RelatiePlanet. Paul heeft op zijn profiel onder andere geschreven dat hij de afgelopen vijf jaar in Spanje heeft gewoond.

De journalist heeft eveneens een profiel (‘Anna’) aangemaakt op de datingsite en contact gezocht met Paul. Nadat de twee op verschillende manieren met elkaar hadden gecommuniceerd - e-mail, sms, chatten en telefoon - spraken zij af elkaar te ontmoeten. Op de dag van die eerste afspraak heeft ‘Anna’ laten weten dat zij autopech had en Paul gevraagd haar op te komen halen in Amsterdam. Bij deze ontmoeting bleek ‘Anna’ Peter R. de Vries te zijn. De opname van deze ontmoeting is overigens op last van de rechter niet uitgezonden.(1)

Het probleem

In de uitzending over internetdaten zouden onder andere fragmenten van de telefoongesprekken tussen Paul en ‘Anna’ worden uitgezonden. Paul heeft voor zijn werk echter dagelijks telefonisch contact met klanten en is bang dat mensen hem aan zijn stem zullen herkennen. De kans is dan aanzienlijk dat zijn huidige werkgever (die op de hoogte is van zijn achtergrond) daardoor opdrachten zal verliezen en niet anders kan doen dan hem ontslaan. Bovendien zal hij minder makkelijk een nieuw leven kunnen beginnen, met een nieuw sociaal netwerk.

Twee grondrechten

Het probleem in deze zaak is dat er twee grondrechten tegenover elkaar staan. Aan de ene kant heeft de journalist recht op vrijheid van meningsuiting (Art. 10 EVRM). Aan de andere kant heeft degene die een gevangenisstraf uitzit en in zijn resocialiseringsfase zit ook recht op eerbieding van zijn persoonlijke levenssfeer (Art. 8 EVRM). De rechter moet in dergelijke gevallen de belangen afwegen om te kunnen beoordelen welk grondrecht moet prevaleren.

Peter R. de Vries heeft in de uitzending het gevaar van internetdaten onder de aandacht willen brengen. Hij waarschuwt ervoor dat er veel misleiding plaatsvindt bij het internetdaten, omdat de ‘date’ in werkelijkheid soms anders is dan hij of zij zich heeft voorgedaan. Het profiel van Paul van O. wordt daarbij als voorbeeld gebruikt, omdat hij zijn strafrechtelijk verleden niet op zijn profiel heeft vermeld en evenmin heeft opgebiecht aan ‘Anna’. Mag het telefoongesprek tussen de journalist en de resocialiserende man dan voor dit doel - in casu mensen op de gevaren van internetdaten wijzen - zonder stemvervorming worden uitgezonden? De vermelding van zijn huidige beroep zou, in combinatie met zijn naam en stem, ertoe kunnen leiden dat mensen in zijn huidige werkomgeving hem herkennen. Bovendien heeft De Vries ter terechtzitting gesteld dat hij geen enkel belang heeft bij het herkenbaar weergeven van Pauls stem. Daarom overweegt de president van de rechtbank in rechtsoverweging 4.8: Die herkenbaarheid dient dus geen enkel doel, maar is wel voor [eiser] in de huidige resocialisatiefase van zijn detentie zeer schadelijk en daarmee jegens hem onrechtmatig. Een afweging van alle omstandigheden van het geval brengt dan ook mee dat aan [gedaagden] moet worden verboden in de uitzending de stem van [eiser] herkenbaar te laten horen en om zijn huidige beroep te vermelden.(2)

Voetnoten

1
Pr. Rb. Amsterdam, 14 april 2008, LJN: BC9407.
2
Pr. Rb. Amsterdam, 17 april 2008, LJN: BC9829.