Staat verliest kort geding tegen Opinio

Op 4 april 2008 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam uitspraak(1) gedaan in het kort geding dat de Staat der Nederlanden had aangespannen tegen Opinio Media B.V.; het bedrijf achter het links-conservatieve opinieweekblad Opinio. Aanleiding was het plaatsen van een neptoespraak van de minister-president in het opinieblad.

De aanleiding

In Opinio nummer 14 van 2008 is een artikel afgedrukt met de koptekst ‘De geheime rede van Balkenende’. In het artikel staat te lezen dat er op 30 maart 2008 een geheim beraad van CDA-prominenten zou hebben plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst zou CDA-leider Balkenende (tevens minister-president) een, eveneens geheime, rede hebben uitgesproken, waarin hij onder andere gezegd zou hebben: “Wij kunnen en mogen niet langer zeggen dat het allemaal hetzelfde is. Bijbel en Koran, allemaal hetzelfde. Nee, en nog eens nee. Wij moeten niet meegaan in die laffe vergelijking van één pot nat.” Een dag voordat het desbetreffende nummer van het opinieweekblad in de winkel verkrijgbaar zou zijn, liet de Rijksvoorlichtingsdienst in enkele dagbladen, waaronder NRC-Handelsblad(2), optekenen: Het getuigt van groot gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef en journalistiek fatsoen om de minister-president - juist over een onderwerp als dit - opvattingen toe te schrijven die in het geheel niet de zijne zijn. Om verspreiding van de neptoespraak en verwarring omtrent het standpunt van de Nederlandse premier te voorkomen, spande de Staat der Nederlanden een kort geding aan tegen Opinio, waarin zij eiste dat de openbaarmaking van de ten onrechte aan Balkenende toegeschreven rede zou worden gestaakt en gerectificeerd.

Storm in een glas water

In het kort geding heeft de Staat op alle fronten aan het kortste eind getrokken, waarbij de voorzieningenrechter ook nog opmerkt dat de Staat in dit proces ten onrechte gebruik maakt van politieke argumenten om het gewraakte artikel te verbieden. De kern staat in rechtsoverweging 4.2: Het artikel is overduidelijk een verzinsel dat op karikaturale wijze (het gebrek aan) polemiek omtrent het christendom en de islam aan de orde stelt en uitlokt. (...) De overgelegde commentaren met betrekking tot het artikel in een aantal landelijke bladen maken dit nog eens extra duidelijk aan het publiek voor het geval dit al zou kunnen denken dat van een waarheidsgetrouw verslag sprake zou zijn. Daardoor vervalt ook het belang van de Staat bij een rectificatie. De Staat zal bovendien zonodig via de RVD en via diplomatieke kanalen eventuele misverstanden kunnen rechtzetten. Daarbij moet ook worden bedacht dat Opinio op kritische en opiniërende wijze een debat wil aanzwengelen over een belangrijk maatschappelijk onderwerp en dat het haar in beginsel vrijstaat hiervoor de (journalistieke) vorm te kiezen die haar goed dunkt om dit te bereiken. Dit zou anders kunnen zijn indien het artikel een nodeloos grievende inhoud zou hebben of in nodeloos grievende bewoordingen zou zijn gesteld.

Voetnoten

1
Rb. Amsterdam, 4 april 2008, LJN BC8727. (Neptoespraak Balkenende in Opinio)
2
N.n., Balkenende boos over neprede in blad ‘Opinio’, NRC-Handelsblad, 3 april 2008.