Beuk te Sint-Oedenrode

Het college van burgemeester en wethouders heeft een kapvergunning voor een beuk aan de noordzijde van de Borchmolendijk (direct achter de Hambrug te Sint-Oedenrode) verleent aan het gemeentebestuur. Appellant heeft vanuit zijn tuin zicht op de boom en wil de kap van de meer dan 100 jaar oude boom voorkomen.

In hoger beroep kan de Afdeling echter met weinig woorden volstaan, omdat appellant geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 lid 1 Awb. Zijn belang is niet rechtstreeks bij het besluit betrokken, omdat het geen persoonlijk, individueel objectief bepaalbaar belang is. In de regel kan slechts als belanghebbende worden aangemerkt degene die op geringe afstand van de bomen woont of vanuit zijn woning daarop zicht heeft. In rechtsoverweging 2.2.2 past de Afdeling dit criterium toe op de voorliggende zaak. De voorzieningenrechter heeft daarbij terecht in aanmerking genomen dat de beuk is gelegen op 220 meter afstand van de woning en dat appellant vanuit zijn woning geen zicht heeft op de beuk. De omstandigheid dat appellant vanuit zijn tuin zicht heeft op de top van de beuk is, gelet op dit beperkte zicht en gezien afstand tot de beuk, onvoldoende voor het oordeel dat hij op die grond als een belanghebbende omwonende kan worden beschouwd.(1)

Annotatie

Inhoudelijk is deze uitspraak van de Afdeling niet verrassend. Met haar uitspraak sluit zij aan bij reeds bestaande jurisprudentie.(2) Daarin overwoog de Afdeling in rechtsoverweging 2.2 met betrekking tot het begrip belanghebbende: Om belanghebbende te zijn bij het besluit tot verlening van een kapvergunning dient een appellant een hem persoonlijk aangaand belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen. Bij een besluit omtrent een kapvergunning als hier aan de orde zal als regel slechts als belanghebbende kunnen worden aangemerkt degene die op geringe afstand van de bomen woont of vanuit zijn woning daarop zicht heeft. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan dat anders liggen.

Wel opvallend is dat de Afdeling de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd en niet vernietigd om ambtshalve te doen wat de voorzieningenrechter had moeten doen. Immers, als iemand geen belanghebbende is, dan kan de zaak niet inhoudelijk behandeld worden. Om die reden had het beroep van appellant niet ongegrond verklaard moeten worden, maar de appellant niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Voetnoten

1
ABRvS 29 april 2008, LJN BD0733.
2
ABRvS 17 september 2003, LJN AK4035 / AB 2004, 229.