Geen cassatiemogelijkheid in AOW schadevergoedingszaak

Aan belanghebbende X is in januari 1985 door het Gemeenschappelijk Administratiekantoor (GAK) medegedeeld dat er geen bezwaar bestond tegen zijn definitieve vestiging in Duitsland met behoud van de hem toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering. En zo geschiedde. In 2002 werd belanghebbende ervan op de hoogte gesteld dat zijn verblijf in het buitenland echter wel nadelige gevolgen zou hebben voor de hoogte van zijn AOW-pensioen. Volgens X is dát hem in 1985 niet medegedeeld. Daarom heeft hij het UWV, de rechtsopvolger van het GAK, gevraagd zijn AOW-pensioen bij wijze van schadevergoeding vanaf december 2005 - het moment dat hij met pensioen zou gaan - aan te vullen óf een beslissing te nemen waarmee hij zich tot de bevoegde rechter kon wenden. Dat laatste is gebeurd. X wordt in zijn vordering echter zowel bij de sector bestuursrecht van de rechtbank Amsterdam als in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat de door hem gestelde nalatigheid van het GAK aangemerkt moet worden als feitelijk handelen.(1) Tegen feitelijk handelen van bestuursorganen staat geen rechtsbescherming open bij de bestuursrechter.(2) Om die reden staat tegen de beslissing die het UWV heeft genomen nu ook geen rechtsbescherming open bij de bestuursrechter: de connexiteit met het besluit tot beoordeling waarvan de bestuursrechter bevoegd zou zijn geweest ontbreekt. De mededeling van UWV is dan ook geen besluit in de zin van art. 1:3 lid 1 jo. 8:1 Awb.

Met die conclusie van de Centrale Raad van Beroep was belanghebbende X het niet eens. Daarom wilde hij de Hoge Raad vragen in hoeverre de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op een beslissing tot afwijzing van een verzoek om schadevergoeding. Tot een inhoudelijke behandeling van die vraag komt het echter niet, want de Hoge Raad verklaart X niet-ontvankelijk in zijn beroep.(3) Ingevolge artikel 78 van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. En de wet bepaalt niet dat tegen uitspraken van het CRvB inzake toepasselijkheid van de Awb in cassatie kan worden gegaan bij de Hoge Raad. Binnen het bestuursrecht kan dan ook vooralsnog alleen in cassatie worden gegaan bij belastingzaken en wanneer dit expliciet in de wet staat geschreven.

Voetnoten

1
CRvB, 9 december 2005, LJN AU7749.
2
Zie art. 8:1 Awb.
3
HR 13 april 2007, AB 2007.332 M.nt. C.M. Bitter (Duitse WAO AOW'er).