De gevolgen van een geweigerde gemachtigde

Kan een bestuursorgaan een gemachtigde weigeren? En zo ja, biedt deze weigering ook voldoende grondslag om het bezwaarschrift van de belanghebbende niet in behandeling te nemen? De laatste vraag beantwoordt de Afdeling ontkennend.

In het Nederlandse bestuursrecht is een regeling opgenomen voor mensen die zich bij de behartiging van hun belangen in het verkeer met een bestuursorgaan willen laten bijstaan, of door een gemachtigde willen laten vertegenwoordigen. Die regeling is opgenomen in artikel 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht en kent de genoemde bevoegdheden aan ‘een ieder’ toe. U bent het bestuursorgaan dan ook geen uitleg verschuldigd als u van de hulp en expertise van iemand anders gebruik wilt maken. Het bestuursorgaan mag bijstand of vertegenwoordiging door iemand anders ook niet weigeren, tenzij er ernstige bezwaren tegen hem of haar bestaan (Art. 2:2 lid 1 Awb).

Stel nu dat een bestuursorgaan inderdaad ernstige bezwaren heeft tegen de persoon die u hebt aangewezen om uw belangen te vertegenwoordigen, is dat dan een grond om het namens u ingediende bezwaarschrift niet in behandeling te nemen? In rechtsoverweging 2.2.1 zegt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State daar het volgende over: Een dergelijke weigering moet geacht worden enkel werking te hebben jegens de geweigerde persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan. De belanghebbende die zich in een procedure heeft laten vertegenwoordigen door een geweigerde gemachtigde, dient dan ook in de gelegenheid te worden gesteld om deze procedure hetzij zelf, hetzij met een andere gemachtigde, voort te zetten. De weigering van de gemachtigde als zodanig kan niet als grondslag dienen om het bezwaarschrift van de belanghebbende niet in behandeling te nemen.(1)

Voetnoten

1
ABRvS 19 september 2007, AB 2008, 10 m.nt. R. Ortlep en P.A. Willemsen. (Geweigerde gemachtigde)