OPTA mag boetebesluit openbaar maken

De rechtbank Amsterdam heeft op 27 mei 2008 in een vonnis bepaald dat artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) de grondslag biedt voor de publicatie van boetebesluiten door de OPTA. Het belang bij volledige, niet-geanonimiseerde, openbaarmaking van namen van ondernemingen om het publiek te waarschuwen en te informeren, weegt daarbij zwaarder dan het belang van de betrokken bedrijven bij anonimisering.

Bij besluit van 5 november 2007 heeft verweerder aan vijf (rechts)personen, gezamenlijk handelend onder de naam DollarRevenue, een gezamenlijke boete opgelegd met een hoogte van €1.000.000,- in verband met de overtreding van het spywareverbod.(1) Deze bestuurlijke boete is op 16 november 2007 bijna volledig, dat wil zeggen: alleen geanonimiseerd voor wat betreft de namen van natuurlijke personen, gepubliceerd op de website van de OPTA.

Redelijkheidstoetsing

De betrokken bedrijven waren niet blij met de publicatie van hun bedrijfsnamen op internet en hebben een voorlopige voorziening aangevraagd bij de rechtbank Amsterdam. Dit verzoek is echter afgewezen. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat – gelet op een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State(2) – er een afweging moet worden gemaakt op grond van artikel 10 van de Wob indien een bestuursorgaan uit eigener beweging voornemens is tot het openbaar maken van informatie op voet van artikel 8, eerste lid, van de Wob. Deze afweging moet primair door het bestuursorgaan worden gemaakt en wordt door de rechter slechts marginaal getoetst. Of in de woorden van de voorzieningenrechter: Het bestuurlijk oordeel over de vraag of het openbaarheidsbelang meer of minder zwaar weegt dan de in artikel 10 van de Wob vermelde belangen, wordt door de rechter onderworpen aan een redelijkheidstoetsing.

Bedrijfsnamen mogen vermeld worden

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de OPTA geen onredelijke afweging heeft gemaakt door het boetebesluit op haar website te publiceren zoals zij dit gedaan heeft. De publicatie van boetebesluiten door toezichthouders is, aldus de voorzieningenrechter, algemeen aanvaard en draagt bij aan de informatie aan het publiek. Tevens komt het tegemoet aan de behoefte van het publiek aan informatie over overheidsoptreden.

Het handelsregister

Door de rechtspersonen is nog naar voren gebracht dat via het handelsregister te achterhalen is wie de bestuurders van de rechtspersoon zijn. Volgens hen zou publicatie van de naam van de rechtspersoon daarom een inbreuk opleveren in hun persoonlijke levenssfeer (vgl. art. 10 lid 2 sub e Wob). De voorzieningenrechter volgde dit standpunt echter niet. De omstandigheid dat via het Handelsregister te achterhalen is wie de bestuurders van de rechtspersoon zijn, maakt niet dat deze - in dit geval natuurlijke personen - in hun persoonlijke levenssfeer worden aangetast. Het gaat hier immers om zakelijke gegevens en belangen. Het mogelijk bekend worden van deze natuurlijke personen, brengt derhalve niet mee dat publicatie van de naam van de rechtspersoon achterwege moet blijven. Verweerder heeft er bovendien terecht op gewezen dat verzoekers 1, 3 en 4 als rechtspersoon aan het maatschappelijk verkeer deelnemen, waarbij hoort dat via het Handelsregister kenbaar is wie de onderneming drijft.(3)

Notitie

In de bodemprocedure in deze zaak is de rechtbank Amsterdam tot een heel ander oordeel gekomen over de toelaatbaarheid van niet volledig geanonimiseerde boetebesluiten op de website van de OPTA.

Voetnoten

1
Neergelegd in artikel 4.1, eerste lid, aanhef en onder a en b, van het Besluit Universele Dienstverlening en Eindgebruikersbelangen.
2
ABRvS 31 mei 2006, LJN AX6362.
3
Rb. Amsterdam 27 mei 2008, LJN BD3014.