Hof: veilingadvertenties wél beschermde databank

Op 24 juni 2008 heeft het gerechtshof Arnhem in hoger beroep uitspraak gedaan in een geschil tussen Openbareverkopen.nl B.V. en Internetnotarissen B.V.  Eén van de vragen die het gerechtshof in hoger beroep moest beantwoorden, was de vraag of de door internetnotarissen B.V. geëxploiteerde website als een beschermde databank in de zin van artikel 1 lid 1 sub a van de Databankenwet kan worden beschouwd. En zo ja, of Openbareverkopen.nl B.V. een onrechtmatige inbreuk heeft gemaakt op dit recht.(1)

De feiten

Internetnotarissen B.V. heeft een website

waarop deelnemde notarissen op handen zijnde veilingen van onroerend goed aankondigen door middel van een advertentie. De notaris kan zelf alle voor de veiling relevante informatie plaatsen en, indien nodig, wijzigingen aanbrengen. Medewerkers van Internetnotarissen B.V. verzorgen de bijbehorende foto’s.

Openbareverkopen B.V. exploiteert de website

. In de tweede helft van 2007 heeft zij een aantal notarissen mondeling benaderd en daarna aangeschreven. In de door haar verzonden brief staat onder andere de volgende zinsnede: Zoals met u besproken hebben wij uw aankondigingen kostenloos op onze website vermeld.

Een aantal notarissen heeft in december 2007 Internetnotarissen B.V. gemachtigd om in rechte namens hen op te treden. In deze volmacht stond onder andere het volgende vermeld:

Ondergetekende (...) hierna: ‘de Notaris’, verklaart hierbij volmacht te verlenen aan Internetnotarissen (...) om als gevolmachtigde van de Notaris in naam van de Notaris of in eigen naam de belangen van de Notaris inzake auteursrechten en eventuele andere rechten van de Notaris met betrekking tot door de Notaris op

geplaatste advertenties ter zake van het veilen van onroerend goed te behartigen en de Notaris daarbij te vertegenwoordigen, meer in het bijzonder, maar niet beperkt tot: (...) De Notaris verklaart voorts geen toestemming te hebben gegeven aan Openbareverkopen.nl bv om één of meer of enig onderdeel van de door de Notaris op de website

geplaatste advertenties te verveelvoudigen en openbaar te maken op de website

danwel anderszins.

Internetnotarissen B.V. heeft een kort geding tegen Openbareverkopen.nl B.V. aangespannen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo.(2) Dit geding hebben zij gewonnen. Openbareverkopen B.V. is tegen het vonnis in hoger beroep gegaan bij het gerechtshof Arnhem.

De rechtsvragen

Wordt een website waarop advertenties worden weergegeven - in dit geval

- als een beschermde databank in de zin van artikel 1 lid 1 sub a Databankenwet beschouwd? Daarvoor moet voldaan zijn aan vier cummulatieve vereisten die rechtstreeks uit de evengenoemde bepaling voortvloeien. Ten eerste moet het gaan om een verzameling van werken, gegevens of andere zelfstandige elementen. Ten tweede moet een dergelijke verzameling systematisch of methodisch georend zijn. Ten derde moeten de gegevens afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk zijn en tot slot moet de verkrijging, de controle of de presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigen van een substantiële investering. Alleen als er sprake is van een databank kan de tweede vraag aan de orde komen: maakt Openbareverkopen.nl B.V. inbreuk op het databankrecht van Onlinenotarissen B.V.?

Een substantiële investering

Het gerechtshof Arnhem sluit, voor wat betreft de uitleg van het vierde vereiste - het vereiste van een substantiële investering - aan bij een eerdere uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.(3) Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen: een investering in de verkrijging van de inhoud, een investering in de controle van de inhoud en een investering in de presentatie van de inhoud. Voor alledrie geldt dat het begrip investering moet worden opgevat als betrekking hebbend op de investering ten behoeve van het aanleggen van de databank als zodanig.

Het begrip investering in de verkrijging van de inhoud van een databank moet aldus worden opgevat dat het duidt op de middelen die worden aangewend om bestaande elementen te verkrijgen en in deze databank te verzamelen, met uitsluiting van de middelen die worden aangewend voor het creëren van die elementen.

Het begrip investering in de controle van de inhoud duidt op de middelen die worden aangewend voor de controle van de juistheid van de gezochte elementen, zowel bij de samenstelling van de databank als tijdens het functioneren ervan, teneinde de betrouwbaarheid van de informatie in deze databank te waarborgen. De middelen die worden aangewend voor de controle in de fase waarin gegevens of andere elementen worden gecreëerd die vervolgens in een databank worden opgenomen, hebben daarentegen betrekking op dit creëren, zodat daarmee geen rekening kan worden gehouden bij de beoordeling of er sprake is van een substantiële investering in het kader van artikel 7, lid 1, van richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (Pb EG L77).

Advertenties vormen een databank

Volgens het gerechtshof Arnhem valt een website waar advertenties voor onroerende goederen worden getoond onder de definitie van databank als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub a Databankenwet. De advertenties, bestaande uit foto’s, objectbeschrijvingen en bijzondere veilingvoorwaarden, zijn te kwalificeren als ‘werken’ althans ‘gegevens’, zodat het geheel van veilingadvertenties kan worden aangemerkt als een ‘verzameling van werken, gegevens, of andere zelfstandige elementen’ als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub a Databankenwet. Daarmee is aan het eerste criterium voldaan. Ook aan het tweede criterium - een systematische of methodische ordening - is voldaan nu de advertenties op de website zijn gerangschikt op onder andere: provincie, datum en plaats. Omdat bezoekers op de website van Internetnotarissen B.V., door op een hyperlink te klikken, afzonderlijke advertenties kunnen bekijken, is ook voldaan aan het derde criterium. Voor de beoordeling van de toepasselijkheid van het vierde criterium - het criterium van een substantiële investering, heeft het hof meer woorden nodig.

Ten eerste wordt ingegaan op de vraag welke bedragen meegenomen mogen worden in de berekening van de investering ter verkrijging van de inhoud van de databank. Blijkens rechtsoverweging 5.12 kan daarbij gedacht worden aan de kosten die gemaakt zijn voor het tot stand brengen van de programmatuur die het mogelijk maakt om een verzameling van veilingadvertenties op te slaan, deze te presenteren op internet, selecties daaruit te maken aan de hand van zoekcriteria, deze te beveiligen tegen ongeoorloofd gebruik, de databank via een login code toegankelijk te maken, en deze te voorzien van een signaleringsfunctie voor aangebrachte wijzigingen in de verzameling veilingadvertenties. Ook de kosten die Internetnotarissen B.V. maakt voor het technisch beheer en de verdere ontwikkeling van de website - waarvoor een extern automatiseringsbureau is ingeschakeld - en de inzet en ondersteuning van eigen personeelsleden op dit gebied vallen onder de investeringskosten. Deze investeringen zien namelijk op het aanleggen (en het onderhouden) van de databank als zodanig en niet op het creëren van gegevens die naderhand in een databank bijeen kunnen worden gebracht. Het Gerechtshof meent op grond van deze overwegingen en op grond van de ingebrachte winst- en verliesrekeningen van Internetnotarissen B.V. dat deze besloten venootschap inderdaad een substantiële investering heeft gedaan. Er is dus sprake van een databank als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub a van de Databankenwet.

Inbreuk op het databankrecht

Nadat het gerechtshof heeft vastgesteld dat de advertenties die op

zijn geplaatst gezamenlijk een door de Databankenwet beschermde databank vormen, moest het Hof beoordelen of Openbareverkopen.nl B.V. met haar website

een inbreuk heeft gemaakt op dit databankenrecht. Van een dergelijke inbreuk is onder andere sprake wanneer zonder toestemming van de product van de databank een kwalitatief of kwantitatief opzicht substantieel deel van de databank wordt opgevraagd of hergebruikt (Vgl. art. 2 lid 1 sub a Databankenwet). Wederom zoekt het gerechtshof aansluiting bij de eerdergenoemde uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Daarin overwoog het HvJEG: Uit deze overweging blijkt dat de beoordeling, vanuit kwalitatief standpunt, van het substantiële karakter van het betrokken deel, evenals de beoordeling vanuit kwantitatief standpunt moet plaatsvinden met het oog op de investering in de samenstelling van de databank en de schade die de opvraging en/of het hergebruik van dit deel van de investering heeft gebracht. Het begrip substantieel deel in kwantitatief opzicht van de inhoud van de databank in de zin van artikel 7, lid 1, van de richtlijn, verwijst naar de hoeveelheid opgevraagde en/of hergebruikte gegevens uit de databank en moet worden beoordeeld in verhouding tot de omvang van de totale inhoud daarvan. (...) Het begrip substantieel deel in kwalitatief opzicht van de inhoud van de databank verwijst naar de omvang van de investering in de verkrijging, de controle of de prestatie van de inhoud van het voorwerp van de opvraging en/of het hergebruik, ongeacht of dit voorwerp een in kwantitatief opzicht substantieel deel van de algemene inhoud van de beschermde databank vormt.

In totaal hebben op

131 advertenties gestaan die gekopieerd zijn van

. Hieromtrent overweegt het gerechtshof in rechtsoverweging 5.16: Internetnotarissen heeft onbetwist gesteld dat zij per maand 150 veilingadvertenties aan haar website toevoegt. Gelet op de omvang van de (...) overname door Openbareverkopen van de veilingadvertenties van Internetnotarissen, in verhouding tot de door Internetnotarissen per maand aan haar website geplaatste veilingadvertenties en mede gelet op de eerder vermelde omvangrijke investeringen die internetnotarissen zowel in technisch, financieel en mensenlijk opzicht met betrekking tot haar databank heeft gepleegd, is het hof van oordeel dat Openbareverkopen zowel in kwantitatief als in kwalitatief opzicht een substantieel deel van de databank van Internetnotarissen heeft opgevraagd dan wel heeft hergebruikt. Zij concludeert dan ook dat Internetnotarissen bv zich terecht heeft beroepen op de in artikel 2 lid 1 sub a Databankenwet bedoelde bescherming.

Voetnoten

1
Gerechtshof Arnhem, 24 juni 2008, LJN BG1062.
2
Vz. Rb. Almelo, 28 maart 2008, LJN BC8032.
3
HvJEG 9 november 2004 zaak C-203/02 (the British Horseracing Board Ltd / William Hill Organization Ltd).