Krant mag nieuwsleveringsovereenkomst niet ontbinden

De voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem deed op 8 september 2008 uitspraak in een geschil tussen een gratis krant en een persbureau.(1) Zij verschilden van mening over de vraag of een nieuwsleveringsovereenkomst tussentijds kan worden opgezegd als daarover in de overeenkomst geen afspraken zijn gemaakt.

De feiten

Het persbureau Novum Nieuws en het gratis dagblad De Pers hebben een overeenkomst gesloten, krachtens welke het persbureau gedurende drie jaar nieuws zal aanleveren voor de krant. Ongeveer een jaar na de eerste verschijningsdag van De Pers is een nieuwe gratis krant, DAG, op de markt gekomen die eveneens gebruikmaakt van de persberichten van Novum Nieuws. Daarom is het maandelijks door De Pers aan het persbureau te betalen bedrag sinds januari 2008 verlaagd tot € 37.032,67.

De financiële resultaten van De Pers maakten een redactionele koerswijziging noodzakelijk. Daarom heeft het dagblad op 8 juli 2008 te kennen gegeven per 1 september 2008 de overeenkomst met het persbureau op te willen zeggen. Het persbureau eiste echter dat de krant de overeenkomst zou nakomen.

De uitspraak

Volgens vaste jurisprudentie kan een voor bepaalde tijd gesloten overeenkomst, zo tussentijdse opzegbaarheid niet is bedongen, in beginsel niet eenzijdig tussentijds door opzegging worden beëindigd. De wijziging van haar redactionele koers, waardoor de krant minder gebruik zal maken van de diensten van het persbureau, levert niet direct een onvoorziene omstandigheid op, die niet voor haar rekening zou moeten komen. Door een overeenkomst voor 3 jaar zonder opzeggingsmogelijkheid aan te gaan, heeft zij willens en wetens het risico genomen dat bij redactionele koerswijzigingen of tegenvallende resultaten zij niet zomaar de overeenkomst met Novum Nieuws zou kunnen beëindigen.

Voor de voorzieningenrechter stelde het dagblad dat ook de kwaliteit van de dienstverlening van het persbureau vaak te wensen over zou laten: nieuwsberichten zouden vaak foutief, onvolledig en/of te laat zijn. Maar zij liet na met bescheiden aannemelijk te maken dat er regelmatig gesprekken over de beweerde teleurstellende kwaliteit hebben plaatsgevonden. Daarnaast heeft de krant het persbureau ook nooit in gebreke gesteld omdat zij haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst niet nakwam of nakomt. Er was dan ook geen rechtsgeldige reden voor de gratis krant om de overeenkomst met het persbureau tussentijds op te zeggen.

Voetnoten

1
Vz. Rb. Anrhem 8 september 2008, LJN BF0019.