Geen persoonsbeschrijving zonder toestemming

Moet voor een webpublicatie toestemming zijn gegeven om iemand met naam en toenaam te beschrijven? De Rechtbank ‘s Hertogenbosch vond van wel en dwingt de makers van een website tientallen artikelen aan te passen.

Stichting De Stelling

Documentatie- en informatiecentrum Stichting De Stelling houdt zich sinds 1977 bezig met het publiceren van een periodiek: Kleintje Muurkrant. Met dit tijdschrift wil de stichting via het openbaar maken van feiten, het geven van achtergrondsinformatie en het plaatsen van discussiestukken, het verzet tegen misstanden in de maatschappij aanwakkeren en haarzelf en anderen aanzetten tot het zelfstandig kritisch denken en handelen en tegelijkertijd een platformfunctie vervullen voor actiegroepen in Den Bosch en verre omgeving. De website van de stichting, die uiteraard van recentere datum is, bevat een elektronische versie van het tijdschrift.

De feiten

Op de website van Kleintje Muurkrant waren tientallen artikelen geplaatst over een zakenman. De man zou twaalf jaar geleden gehoord zijn in een groot strafrechtelijk onderzoek naar Johan de V. alias ‘de Hakkelaar’. Op de website van de stichting werd een verband gelegd tussen deze strafzaak en het beleggingsfonds, Terra Vitalis(1), dat de zakenman sindsdien exploiteert. Voor de rechtbank ‘s Hertogenbosch eiste de zakenman dat zijn persoonsgegevens van de website zouden worden verwijderd.

De uitspraak

De rechtbank oordeelt dat de stichting ten onrechte geen toestemming aan de zakenman heeft gevraagd voor de publicatie van zijn persoonsgegevens. Immers, voor de verantwoordelijke die persoonsgegevens op internet wil publiceren, geldt op grond van artikel 8 Wbp [= Wet bescherming persoonsgegevens] (dat ingevolge artikel 3 ook van toepassing is op verwerking voor uitsluitend journalistieke doeleinden) dat zij toestemming nodig heeft van de betrokkene, tenzij er een aantoonbare noodzaak is voor de publicatie.(2) Die noodzaak ontbrak volgens de rechtbank in dit geval. De informatie die op de website was gepubliceerd, was volgens de rechter erg gedateerd en weinig relevant (Ro. 4.3.1) en voorzover zij actueel was - bijvoorbeeld over het onderzoek dat de Autoriteit Financiële Markten is gestart naar dit beleggingsfonds - was er volgens de rechter geen degelijke objectieve informatieverzameling en -verstrekking (Ro. 4.3.3). In het dictum werd de stichting dan ook veroordeeld tot het binnen vijf dagen verwijderen van de persoonsgegevens van de zakenman van haar website.

Voetnoten

1
Dit beleggingsfonds belegt in teakplantages op Costa Rica.
2
Rb. 's Hertogenbosch, 4 juli 2008, KG ZA 08-299 Ro. 4.3.