Procederen is geen feitelijk handelen

Op 1 oktober 2008 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in drie zaken waarin hoger beroep was ingesteld door de Stichting Openbare Ruimte, geoordeeld dat deze stichting geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 lid 3 Awb.

Het betrof zaken die de Stichting had aangespannen tegen de verlening van een vergunning voor de uitbreiding van de veestapel van een veehouderij op de Veluwe(1), de verlening van een vergunning voor de exploitatie van een varkensbedrijf(2) en de verlening van een vergunning voor o.a. de uitbreiding van het aantal te houden leghennen in een pluimveehouderij.(3) In alle gevallen betrof het beschikkingen die door het college van gedeputeerde staten van een provincie waren genomen op grond van de natuurbeschermingswet.

Rechtspersonen als belanghebbende

Volgens artikel 1:2 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder de belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Voor rechtspersonen(4) zoals de Stichting Openbare Ruimte wordt aangenomen dat zij daarnaast ook belanghebbenden zijn als zij opkomen voor algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun [statutaire] doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.(5) Daarvoor mogen de statutaire doelstellingen echter niet te algemeen geformuleerd zijn. De stichting had het volgende doel geformuleerd: het streven naar een kwalitatief duurzame leefomgeving voor alle levende wezens, omvattende zowel de lokale, nationale als mondiale leefomgeving. Dat vond de Afdeling zodanig veelomvattend dat het onvoldoende onderscheidend werd geacht. De concretisering van dit doel in drie concretere doelen deed daar niets aan af.

Drie doelen die blijkens haar statuut uit de doelstelling van de Stichting Openbare Ruimte voortkwamen:
1 het streven naar een gezond en duurzaam milieu voor zowel mensen, dieren als planten, omvattende zowel de gecultiveerde als de natuurlijke omgeving;
2 het streven naar een goede ruimtelijke ordening voor zowel mensen, dieren als planten. Dit omvat mede het bevorderen van een passende biotoop voor flora en fauna en een daarop afgestemde zorg voor natuur en landschap;
3 het streven naar een beter welzijn voor landbouwdieren en proefdieren.

Ook aan het vereiste van ‘feitelijke werkzaamheden’ werd volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State niet voldaan door de stichting. Het initiëren van en het participeren in bestuursrechtelijke procedures op basis van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Wet milieubeheer door het indienen van verzoeken tot handhavend optreden, het naar voren brengen van zienswijzen over ontwerpbesluiten of het maken van bezwaar tegen besluiten, eventueel gevolgd door het instellen van beroep, betreffende veehouderijen in geheel Nederland, is, als regel, niet als zodanig te kwalificeren. Een rechtspersoon die algemene en collectieve belangen wil behartigen zal dus meer moeten doen dan het in rechte opkomen tegen besluiten. Het vergaren van informatie ten behoeve van eventuele bestuursrechtelijke procedures, alsmede het mondeling en schriftelijk informeren van derden over aanhangige of afgeronde procedures, kan niet los worden gezien van deze procedures of de voorbereiding daarvan, en geldt daarom evenmin als feitelijk handelen.

Voetnoten

1
ABRvS 1 oktober 2008 LJN BF3911.
2
ABRvS 1 oktober 2008 LJN BF3912.
3
ABRvS 1 oktober 2008 LJN BF3913.
4
Art. 2:285 BW.
5
Art. 1:2 lid 3 Awb.