Verstrekkingenregime Wet politieregisters ziet uitsluitend op persoonsgegevens

Het verstrekkingenregime van de Wet politieregisters is uitsluitend van toepassing op persoonsgegevens en – anders dan de Wet openbaarheid van bestuur – niet op de documenten waarin ze zijn vervat. Dit blijkt uit een uitspraak in hoger beroep van de ABRvS van 11 februari 2004.(1)

Op 22 april 1999 heeft appellant de burgemeester van Tilburg verzocht een afschrift te verstrekken van het rapport dat is gemaakt naar aanleiding van ongeregeldheden in de Turkse gemeenschap te Bergen op Zoom. Op 31 oktober 2001 heeft de waarnemend korpschef van de politieregio Midden en West Brabant op dit verzoek geantwoord dat hij hier ingevolge de Wet politieregisters niet op in kan gaan. Een later ingediend, algemener, verzoek werd om dezelfde reden niet gehonoreerd.

In hoger beroep zag de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State zich voor de vraag gesteld of het in het geding zijnde rapport onverkort onder het regime van de Wet politieregisters valt, zodat voor toepassing van de Wob geen plaats meer zou zijn. Dienaangaande overwoog de Afdeling in rechtsoverweging 2.9: Na met toepassing van artikel 8:29 van de Awb te hebben kennis genomen van het in het geding zijnde rapport, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat het rapport uitsluitend of grotendeels persoonsgegevens bevat in de zin van de Wpolr, gelezen in samenhang met de Wet bescherming persoonsgegevens. De korpsbeheerder heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat het in het geding zijnde rapport integraal onder het regime van de Wpolr valt. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de korpsbeheerder in dit geval de werking van de Wob miskend.

Voetnoten

1
ABRVS 11 februari 2004, LJN AO3393.