Huisbezoek levert onrechtmatig verkregen bewijs

Tijdens een huisbezoek aan een uitkeringstrekker in Amsterdam, blijkt dat deze een hennepkwekerij in huis heeft. Het College van B&W van Amsterdam trekt de uitkering met terugwerkende kracht in en vordert het uitgekeerde geld terug. Bij het huisbezoek is zij echter onrechtmatig te werk gegaan, waardoor zij in hoger beroep de kous op de kop krijgt.

Een inwoner van de gemeente Amsterdam ontving sinds 1 februari 1997 bijstand naar de norm voor een alleenstaande. Op 8 september 2004 ontving hij onverwacht bezoek van een ambtenaar van de gemeente Amsterdam, die in het kader van het project Klant in Beeld bij appellant op huisbezoek kwam. Tijdens dit bezoek is een hennepkwekerij gevonden. Er heeft een rapportage plaatsgevonden, appellant is gehoord en op 14 juni 2005 is een proces-verbaal tegen appellant opgemaakt wegens uitkeringsfraude. Op basis van de onderzoeksbevindingen heeft het College bij besluit van 1 juli 2005 de bijstand van appellant over de periode van 18 maart 1998 tot en met 30 september 2004 ingetrokken en de kosten van bijstand over die periode tot een bedrag van € 73.689,06 van appellant teruggevorderd. In het hoger beroep wordt de vraag opgeworpen of er wel een grondslag was voor de intrekking en de terugvordering.

Alle partijen zijn het er over eens dat het bewijs dat het huisbezoek van 8 september 2004 heeft opgeleverd, onrechtmatig verkregen is en dus buiten toepassing dient te worden gelaten. Er was geen redelijke grond voor het afleggen van het huisbezoek en appellant was er niet op gewezen dat het niet meewerken aan een huisbezoek geen (directe) consequenties zou hebben voor zijn bijstandsverlening. De Centrale Raad van Beroep vult hier bij aan dat de verklaring die appellant op 29 april 2005 heeft afgelegd met betrekking tot de omvang van de op 8 september 2004 in zijn woning aangetroffen hennepplantage, een direct gevolg van - en uitsluitend is afgelegd naar aanleiding van - de eerdere bevindingen uit dat huisbezoek en dus eveneens buiten toepassing gelaten dient te worden. Daar andere bewijsmiddelen ontbreken, is er geen grondslag om de uitkering van appellant in te trekken en berust het besluit op een ondeugdelijke motivering.(1)

Voetnoten

1
CRvB 4 augustus 2009, LJN BJ5152.