De benoeming van een burgemeester

De burgemeester vormt, samen met het college van burgemeester en wethouders, (een deel van) het dagelijks bestuur van de gemeente (Art. 125 Gw). Hij is voorzitter van de gemeenteraad (Art. 9 Gem.wet)(1), maar zijn meest in het oog springende bevoegdheden liggen op het terrein van de handhaving van de openbare orde (Art. 172 e.v. Gem.wet). In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de vraag welke procedure gevolgd wordt bij de benoeming van een burgemeester.

Ingevolge artikel 131 van de Nederlandse Grondwet wordt de burgemeester, evenals de commissaris van de Koning, bij koninklijk besluit benoemd. Een koninklijk besluit is een besluit van de regering dat wordt ondertekend door de Koning en een of meer ministers of staatssecretarissen (Art. 47 Gw). De procedure die aan een dergelijke benoeming vooraf gaat is te vinden in artikel 61 van de Gemeentewet.

Wanneer er in een gemeente een vacature ontstaat voor het ambt van burgemeester, overlegt de commissaris van de Koning met de gemeenteraad over de eisen die aan de te benoemen burgemeester worden gesteld met betrekking tot de vervulling van het ambt (Art. 61 lid 2 Gem.wet). De commissaris van de koning treedt hierbij op als rijksorgaan.(2) Mochten de commissaris van de Koning en de gemeenteraad tijdens een dergelijke profielschetsvergadering niet tot overeenstemming kunnen komen, dan geeft de commissaris in de profielschetsvergadering aan welke eisen hij in afwijking van de raad zal hanteren bij zijn oordeel over de geschiktheid van kandidaten (Art. II lid 2 Procedureregels bij burgemeesterbenoemingen).

Nadat de profielschets van de nieuwe burgemeester is vastgesteld, wordt in de Staatscourant bekendgemaakt in welke gemeente een burgemeestervacature is of gaat ontstaan. Ook andere relevante publiciteitsmedia worden in kennis gesteld van de openstaande vacature. Mocht u ooit zelf naar het ambt van burgemeester willen solliciteren, dan is het goed om te weten dat de sollicitatiebrief gericht dient te worden aan de Koning en binnen de daarvoor gestelde termijn gezonden moet zijn aan de commissaris van de Koning van de provincie binnen wier grenzen de gemeente waar u burgervader wilt worden ligt (Art. IV lid 1 Procedureregels bij burgemeesterbenoemingen).

De vertrouwenscommissie

De commissaris van de Koning stelt een lijst op waarop de namen van alle personen die zich kandidaat hebben gesteld voor het ambt van burgemeester in alfabetische volgorde staan vermeld. Daarbij geeft de commissaris ook aan welke kandidaten hij in beginsel geschikt acht voor benoeming. Deze informatie wordt, samen met de sollicitatiebrieven van de kandidaten die door de commissaris geschikt zijn bevonden, doorgestuurd naar een, door de gemeenteraad speciaal voor deze procedure ingestelde, vertrouwenscommissie. In beginsel betrekt deze commissie alleen de kandidaten in haar oordeel die door de commissaris van de Koning als geschikt zijn aangewezen. Indien de leden van de vertrouwenscommissie ook andere kandidaten bij hun beoordeling willen betrekken, dienen zij dit onverwijld aan de commissaris mede te delen (Art. 61 lid 3 Gem.wet).

In het algemeen voert de vertrouwenscommissie met alle door de commissaris geselecteerde kandidaten gesprekken. Zij is daar echter niet toe verplicht. De vertrouwenscommissie kan ook besluiten een door de commissaris geselecteerde kandidaat niet te ontvangen. In een dergelijk geval worden de commissaris en de kandidaat daarvan schriftelijk op de hoogte gesteld, met vermelding van de redenen van de beslissing.

Nadat de vertrouwenscommissie haar standpunt over de geschiktheid van de door haar ontvangen kandidaten voor het ambt van burgemeester heeft bepaald, brengt zij schriftelijk verslag uit aan de gemeenteraad en aan de commissaris van de Koning. De gemeenteraad ontvangt eveneens een concept-aanbeveling van de vertrouwenscommissie waarop tenminste twee kandidaten staan die volgens de commissie voor benoeming in aanmerking komen. Daarbij vermeldt de commissie ten aanzien van iedere kandidaat de motieven die tot haar oordeel hebben geleid, waarna in een besloten vergadering(3) van de gemeenteraad de bevindingen van de vertrouwenscommissie worden besproken en de definitieve aanbeveling inzake de benoeming van een nieuwe burgemeester wordt opgesteld (Art. IX Procedureregels bij burgemeesterbenoemingen). Tenzij er sprake is van een bijzonder, door de raad te motiveren, geval(4) staan op de aanbeveling die de gemeenteraad aan de minister stuurt twee namen (Art. 61 lid 6 Gem.wet). De hele procedure, van de plaatsing van de vacature, tot het toezenden van de aanbeveling van de gemeenteraad aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties moet binnen vier maanden voltooid worden.

De voordracht van een burgemeester

Tezamen met de aanbeveling, stuurt de gemeenteraad de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de sollicitatiebrieven van de aanbevolen kandidaten, de lijst van sollicitanten, de namen van de door de commissaris van de Koning geselecteerde kandidaten, de profielschets en het verslag van de profielschetsvergadering, het verslag van bevindingen en de concept-aanbeveling van de vertrouwenscommissie, het verslag van de beraadslagingen van de raadsvergadering waarin de aanbeveling is vastgesteld, alsmede alle andere relevante informatie voor de beoordeling van de aanbeveling. De naam van de beoogd burgemeester, degene wiens naam bovenaan staat op de aanbeveling, is vanaf het moment dat de gemeenteraad haar aanbeveling doet aan de minister openbaar (Art. XI lid 9 Procedureregels bij burgemeesterbenoemingen). De naam van de tweede kandidaat blijft echter geheim.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt een kandidaat voor benoeming tot burgemeester voor. Daarbij volgt de minister in zijn voordracht in beginsel de aanbeveling van de gemeenteraad, met inbegrip van de daarop gehanteerde volgorde, tenzij zwaarwegende gronden aanleiding tot afwijking geven (Art. 61 lid 7 Gemeentewet). Nadat de burgemeesterbenoeming bij koninklijk besluit heeft plaatsgevonden, is de procedure voltooid.

Voetnoten

1
De bepaling in de Grondwet, art. 125 lid 3 Gw., waarin dit was vastgelegd is sinds 15 juli 2008 komen te vervallen (Stb. 2008, 273).
2
Vgl. art. 182 Provinciewet.
3
Zie art. 25 Gemeentewet.
4
Volgens art. XI lid 4 onder b van de Procedureregels bij burgemeesterbenoemingen kan van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 61 lid 6 van de Gemeentewet uitsluitend sprake zijn bij: - een herindeling; - indien er maar één, door de commissaris van de Koning benoembaar geachte, sollicitant is; - indien er maar één kandidaat heeft gesolliciteerd; - aan overmacht grenzende situaties, bijvoorbeeld de omstandigheid dat een kandidaat overlijdt of ernstig ziek wordt of de omstandigheid dat een kandidaat zich terugtrekt, nadat de aanbeveling is vastgesteld, zodat de facto maar één kandidaat overblijft.