De benoeming van de Nationale ombudsman

De Nationale ombudsman verricht onderzoek naar gedragingen van bestuursorganen van het Rijk en van andere bij of krachtens de wet aangewezen bestuursorganen. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de benoemingsprocedure van de Nationale ombudsman.

Wanneer er een vacature ontstaat voor de functie van Nationale ombudsman - de functie kan overigens evenzeer door een vrouw worden uitgeoefend - komen de vice-president van de Raad van State,(1) de president van de Hoge Raad der Nederlanden en de president van de Algemene Rekenkamer bijeen, om gezamenlijk een aanbeveling te schrijven aan de Tweede Kamer. In deze aanbeveling staan de namen van tenminste drie personen die zij geschikt achten voor de vervulling van de functie.

De Tweede Kamer slaat vervolgens bij de benoeming zodanig acht op de aanbeveling als zij dienstig oordeelt en benoemt de Nationale ombudsman voor een periode van zes jaar (Art. 78a Gw jo. 2 Wet Nationale ombudsman).

Voetnoten

1
De wet wijst hier de vice-president van de Raad van State aan en niet de voorzitter, omdat, ingevolge artikel 74 van de Grondwet, de Koning voorzitter is van de Raad van State.