Advocaat is belanghebbende bij ontheffing Cbp

Bij besluit van 21 juli 2005 heeft het College bescherming persoonsgegevens (afgekort: Cbp) aan de Nederlandse Orde van Advocaten een ontheffing verleend van het verbod om persoonsgegevens te verwerken. Een individuele advocaat die hiertegen bezwaar wil maken is een belanghebbende in de zin van art. 1:2 lid 1 Awb.

Het verwerken van persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven, alsmede persoonsgegevens betreffende het lidmaatschap van een vakvereniging, is verboden op grond van artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp). Op dit verbod bestaan echter ook uitzonderingen. Zo is de verwerking van de hier genoemde persoonsgegevens wel toegestaan op grond van artikel 23 lid 1 onder e van de Wbp wanneer dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, passende waarborgen worden geboden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en dit bij wet wordt bepaald dan wel het College ontheffing heeft verleend. Op 21 juli 2005 heeft het Cbp de hier bedoelde ontheffing verleend aan de Nederlandse Orde van Advocaten. Tegen dit besluit heeft een individuele advocaat bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is door het College niet-ontvankelijk verklaard, omdat de advocaat geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2 lid 1 Awb zou zijn; er zou sprake zijn van een afgeleid belang.

In hoger beroep oordeelt de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State echter anders. Volgens de Afdeling is er geen sprake van een afgeleid belang wanneer het belang van een appellant tegengesteld is aan dat van de partij waaraan het besluit is gericht. In deze zaak is die situatie aan de orde, nu [appellant] bezwaar heeft tegen de mogelijke verwerking van zijn persoonsgegevens door de Orde en de Orde de ontheffing juist heeft aangevraagd om onder meer zijn persoonsgegevens te kunnen verwerken. Niet kan worden staande gehouden dat pas een direct belang ontstaat indien de Orde daadwerkelijk, met gebruikmaking van de verleende ontheffing, overgaat tot het verwerken van persoonsgegevens van [appellant]. Naar het oordeel van de Afdeling wordt [appellant] reeds door de bij de ontheffing geschapen mogelijkheid dat zijn persoonsgegevens door de Orde worden verwerkt rechtstreeks in zijn belang geraakt, zodat hij als belanghebbende bij de verleende ontheffing moet worden aangemerkt.(1) De bestreden uitspraak is vernietigd en het College bescherming persoonsgegevens heeft een nieuw besluit op het bezwaarschrift moeten nemen.

Voetnoten

1
ABRvS 12 maart 2008, LJN BC6439 ro. 2.3.1.