Sloop voor chalets op kampeerterrein

Wie zonder bouwvergunning chalets op een kampeerterrein bouwt, mag er niet op vertrouwen dat niet handhavend zal worden opgetreden als de bij de opening van het terrein aanwezige ambtenaren niet meteen tot handhaving overgaan.

Appellanten hebben in de gemeente Oost Gelre een kampeerterrein. Op dit kampeerterrein hebben zij, zonder de benodigde bouwvergunning ex art 40 Woningwet, een aantal chalets gebouwd. Het kampeerterrein met de chalets is op 30 september 2003 feestelijk geopend, waarbij ook vertegenwoordigers van de gemeente aanwezig zijn geweest. Bij besluit van 19 juli 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders de eigenaren van het kampeerterrein onder aanzegging van bestuursdwang gelast de chalets weer af te breken. Een derde belanghebbende had over de chalets geklaagd en om handhaving verzocht.

Geen zicht op legalisatie

Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan gevergd worden, niet handhavend op te treden. Dit is het geval indien een concreet zicht op legalisering bestaat (ten tijde van het nemen van de beslissing op het bezwaar). Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Als er, na de beslissing op het bezwaarschrift, een bestemmingsplan in procedure wordt gebracht waarmee het plaatsen van chalets in overeenstemming zou zijn, leidt dit er niet toe dat van handhavend optreden moet worden afgezien. Reeds omdat dit een omstandigheid betreft die dateert van na het nemen van het besluit op bezwaar.

Geen vertrouwen

De eigenaren van het kampeerterrein beriepen zich op het vertrouwensbeginsel. Omdat de vertegenwoordigers van de gemeente bij de opening van het kampeerterrein, waarop zich de in het geding zijnde chalets bevonden, aanwezig waren, maar vervolgens niet direct tot handhavend optreden zijn overgegaan, zou bij hen het vertrouwen zijn ontstaan dat niet handhavend opgetreden zou worden. Volgens de Afdeling houdt de omstandigheid dat er ambtenaren bij de opening aanwezig waren echter geen toezegging in dat tegen die bouwwerken niet handhavend zou worden opgetreden, zeker niet indien door een belanghebbende derde om handhaven wordt verzocht, zoals is gebeurd.(1)

Voetnoten

1
ABRvS 14 oktober 2009 LJN BK0119.