Kantoor moet naam wijzigen

De kantoornaam van een advocaat mag geen meervoudsvorm van het woord ‘advocaat’ bevatten, als er slechts één advocaat werkzaam is voor het kantoor.

Een advocaat heeft op 15 december 2006 bij de Raad van Toezicht van de Nederlandse Orde van Advocaten in het arrondissement Arnhem het verzoek ingediend hem op grond van artikel 7 lid 2 van de Samenwerkingsverordening 1993 ontheffing te verlenen voor het gebruik van de kantoornaam [eiser] advocaten. Dit verzoek is afgewezen. Het administratief beroep dat de advocaat tegen deze afwijzing heeft ingesteld is door de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten ongegrond verklaard. De Algemene Raad kwam tot haar oordeel door te constateren dat er geen sprake was van een samenwerkingsverband in de zin van de artikelen 1, onder b, en 4 van de Samenwerkingsverordening 1993. Met het voeren van de kantoornaam [eiser] advocaten, zou de indruk worden gewekt dat er wel sprake is van een advocatuurlijke samenwerking.

Tegen deze ongegrondverklaring heeft de advocaat beroep ingesteld bij de rechtbank Arnhem. Hij heeft daarbij ondermeer naar voren gebracht dat artikel 7 lid 2 van de Samenwerkingsverordening 1993 onverbindend zou zijn, omdat ingevolge artikel 4, derde lid, van de Handelsnaamwet een eenmaal door een maatschap gedragen naam ook mag worden gevoerd wanneer die maatschap een eenmanszaak is geworden.

Art. 7 Samenwerkingsverordening 1993
1. De advocaat vermijdt in zijn optreden naar buiten dat een onjuiste, misleidende of onvolledige voorstelling van zaken wordt gegeven ten aanzien van enige vorm van samenwerking waarbij hij is betrokken, een samenwerkingsverband daaronder begrepen.
2. Het is de advocaat die geen samenwerkingsverband onderhoudt verboden de praktijk te voeren onder een gemeenschappelijke naam of een zodanige benaming dat daardoor een samenwerkingsverband wordt gesuggereerd. In geval de gemeenschappelijke naam voorheen werd gevoerd door een inmiddels niet meer bestaand samenwerkingsverband kan de Raad van Toezicht van dit verbod ontheffing verlenen onder door deze te stellen voorwaarden, ter voorkoming van misleiding van het publiek.

De rechtbank volgde dit pleidooi echter niet. De meervoudige kamer stelde zich op het standpunt dat het doel van de Samenwerkingsverordening 1993 niet hetzelfde is als het doel van de Handelsnaamwet. Met het bepaalde in artikel 7 van de verordening wordt beoogd, dat de advocaat in zijn optreden naar buiten vermijdt dat hij een onjuiste voorstelling geeft ten aanzien van de samenwerking, waarbij hij is betrokken. De Handelsnaamwet beoogt echter misleiding als gevolg van het gebruik van een handelsnaam ten aanzien van de eigendom van een onderneming alsmede de rechtsvorm daarvan te voorkomen. De rechtbank is van oordeel, dat de verordening geen bepalingen bevat omtrent onderwerpen waarin reeds door of krachtens de Handelsnaamwet is voorzien. Van onverbindendheid van artikel 7 van de verordening op grond van het bepaalde in artikel 29 van de Advocatenwet is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake.(1)

Desondanks is het beroep van de advocaat gegrond verklaard. Tot 2002 heeft de betrokken advocaat onder de naam [eiser] advocaten een samenwerkingsverband onderhouden en sindsdien voert hij onder dezelfde naam een eenmanszaak. Op grond van artikel 7 lid 2 van de Samenwerkingsverordening 1993 bestaat de mogelijkheid dat de Raad van Toezicht in zo’n situatie een ontheffingsmogelijkheid biedt. Die mogelijkheid heeft verweerder echter niet beoordeeld, zodat het besluit op het administratief beroep vernietigd moet worden, hoewel de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit op grond van artikel 8:72 lid 3 Awb in stand laat: aangezien de rechtbank de opvatting van verweerder deelt dat de kantoornaam [eiser] Advocaten de schijn van een samenwerkingsverband heeft en deze schijn onvoldoende kan worden weggenomen door het stellen van de ontheffingsvoorwaarde van plaatsing van een voetnoot op eisers briefpapier of andere schriftelijke communicatievormen, inhoudende dat het een eenmanszaak betreft.

Voetnoten

1
Rb. Arnhem 2 juli 2009, LJN BJ4765.