Agent krijgt disciplinaire straf wegens onbevoegd rijden

Een agent die bij de dienstleiding niet gemeld heeft dat hij zijn rijbevoegdheid tijdelijk is kwijtgeraakt, kan ontslagen worden wegens ernstig plichtsverzuim.

Een agent die vanaf januari 2005 vijf maal de Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen heeft overtreden en daarvoor meermalen is veroordeeld tot geldboetes, een (vervangende) vrijheidsstraf en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen, heeft deze veroordelingen niet gemeld bij de dienstleiding. Tijdens de ontzegging van de rijbevoegdheid is hij met zijn auto blijven rijden en heeft hij, in uniform gekleed en rijdend op een politiemotor, politiedienst verricht. Op deze gronden is de man bij besluit van 19 juni 2007 per juli 2007 wegens ernstig plichtsverzuim de disciplinaire straf van ontslag opgelegd door de korpsbeheerder van de politieregio waar hij onder viel. De agent was sinds 1994 werkzaam als politieagent.

De inmiddels ex-politieagent heeft zijn ontslag aangevochten tot aan de Centrale Raad van Beroep, omdat hij van mening is dat zijn gedragingen hem niet toe te rekenen zijn. De Raad ging daar echter niet in mee. Dat appellant de gevolgen van zijn gedrag niet kon overzien blijkt op geen enkele wijze uit de door appellant ingebrachte stukken en is ook niet af te leiden uit de door hem ingebrachte medische gegevens. Appellant heeft integendeel op diverse momenten verklaard dat aan de gedragingen een bewuste keuze ten grondslag heeft gelegen.(1) Gelet op de aard en de ernst van de gedragingen kwamen de rechters tot het oordeel dat het ontslag(2) niet onevenredig is.

Voetnoten

1
CRvB 8 oktober 2009 LJN BK0639 ro. 4.2.
2
Zie art. 77 lid 1, aanhef en onder j, Besluit algemene rechtspositie politie.