Geen last onder bestuursdwang voor advocaat

De Algemene Raad van de Nederlandse orde van advocaten en de Raad van Toezicht van de orde van advocaten in een arrondissement hebben op grond van artikel 26 Advocatenwet geen bevoegdheid gekregen om een advocaat een last onder bestuursdwang op te leggen.

Appellant, van wie de hoedanigheid onbekend blijft in deze uitspraak, had bij de deken van de Orde van advocaten, handelend namens de Raad van Toezicht van de orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam, gevraagd om een last onder bestuursdwang toe te passen jegens een advocaat. Hij meende dat artikel 26 van de Advocatenwet voldoende grondslag zou bieden voor deze bevoegdheid, nu daarin onder andere staat: De algemene raad en de raden van toezicht bevorderen een behoorlijke uitoefening der praktijk en zijn bevoegd tot het nemen van alle maatregelen, die daartoe kunnen bijdragen. De deken weigerde echter gehoor te geven aan dit verzoek en daarmee begon een rechtsprocedure die op 4 juli 2007 uiteindelijk zou leiden tot een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State met betrekking tot de rechtsvraag of de bevoegdheid tot het nemen van ‘alle maatregelen’ zoals bedoeld in artikel 26 Advocatenwet mede de bevoegdheid omvat een last onder bestuursdwang op te leggen.

De Afdeling beantwoordde de hier geformuleerde rechtsvraag ontkennend. Het uitoefenen van bestuursdwang is een ingrijpende bevoegdheid. De Afdeling is, gelet op de tekst en de wetsgeschiedenis van artikel 5:22 van de Awb met de rechtbank van oordeel dat die bevoegdheid een expliciete daartoe strekkende wettelijke grondslag vergt. De in het algemeen geformuleerde opdracht tot het nemen van ‘alle maatregelen’ strekt niet expliciet en specifiek tot de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen.(1) Artikel 26 Advocatenwet biedt dus geen grondslag voor de toepassing van bestuursdwang. Daarmee vormt deze uitspraak een illustratie van het legaliteitsbeginsel, want dat vereist dat overheidsbevoegdheden waardoor burgers gebonden worden uiteindelijk een grondslag hebben in de wet. Dat zou in casu niet het geval zijn geweest.

Voetnoten

1
ABRvS 4 juli 2007 LJN BA8728 Ro. 2.4.