GVB mag kettingen verbieden

De kledingvoorschriften van het GVB die het zichtbaar dragen van een ketting boven de bedrijfskleding verbieden, zijn niet in strijd met de godsdienstvrijheid. Het feit dat hoofddoekjes wel zijn toegestaan, maakt dit niet anders.

Een tramconducteur van het Gemeentelijk Vervoerbedrijf Amsterdam (GVB) heeft een kort geding aangespannen tegen zijn werkgever, omdat hij in dienst niet langer een goudkleurige halsketting met een crucifix eraan mag dragen. Het kruisje is naar schatting vijf centimeter lang. Volgens de kledingvoorschriften van het vervoerbedrijf mogen medewerkers niet zichtbaar kledingstukken dragen die niet tot de bedrijfskleding behoren. De man, die het christelijk geloof aanhangt, is meermaals door leidinggevenden aangesproken op zijn halsketting, maar stelt dat hij met zijn halsketting uitdrukking geeft aan zijn geloof.

Vrijheid van godsdienst niet in geding

Volgens de kantonrechter wordt de man – die een Egyptische/Koptische achtergrond heeft – door het vervoerbedrijf niet geraakt in zijn godsdienstvrijheid. De verplichting om bedrijfskleding te dragen heeft tot doel de herkenbaarheid van de onderneming en het personeel te bevorderen en beoogt een professionele uitstraling. Bovendien staat het bedrijf om veiligheidsredenen het zichtbaar (dus boven de kleding) dragen van kettingen en broches (al dan niet met een kruis of welk ander (religieus) symbool dan ook, door geüniformeerd personeel gedurende de uitoefening van de werkzaamheden niet toe. De kantonrechter: Het verbod om de ketting met kruis boven de kleding te dragen, levert geen direct of indirect onderscheid naar geloof op. Het gaat om een algemeen verbod om kettingen boven de kleding te dragen en staat niet in de weg aan andere vormen van geloofsuiting, zoals een ring of armband met een kruisje.(1)

Hoofddoek wel toegestaan

Islamitische vrouwen die bij het GVB werken en vanwege hun geloof een hoofddoek willen dragen, mogen dit echter wel. De hoofddoek (voorzien van het GVB logo) behoort tot de uniformkleding (...) en is beschikbaar voor vrouwelijke medewerkers die hun haar wensen te bedekken. De hoofddoek kan, anders dan de ketting, vanzelfsprekend niet onzichtbaar worden gedragen. Ook het veiligheidsaspect speelt hierbij niet. Dit maakt de kledinginstructie van het GVB met betrekking tot kettingen echter niet onredelijk of strijdig met goed werkgeverschap.

Voetnoten

1
Rb. Amsterdam 14 december 2009, LJN BK6378.