Politie mag lokauto’s gebruiken

Hoewel het gebruik van een lokauto door de politie niet steunt op een specifieke wettelijke grondslag, is het geen ongeoorloofd middel om personen die inbraken in auto’s plegen op heterdaad te kunnen betrappen.

Op 10 maart 2006 heeft de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland een lokauto - een personenauto, meer specifiek een Fiat Punto - geparkeerd op de Plantage Muidergracht ter hoogte van perceel 14 te Amsterdam. De auto was afgesloten. In de auto lagen diverse goederen, waaronder een dummy van een navigatiesysteem. Twintig minuten nadat de auto was geparkeerd, zagen agenten hoe een man een steen door de ruit aan de bestuurderszijde van de auto gooide en de dummy van het navigatiesysteem wegnam. Korte tijd later werd de man aangehouden.

Inzet lokauto rechtmatig

Het gerechtshof Amsterdam heeft geoordeeld dat de inzet van een lokauto rechtmatig is. Daartoe overweegt het hof in het bijzonder dat de hier aan de orde zijnde inzet van de lokauto als middel van opsporing geen strijd oplevert met de in boek I van het Wetboek van Strafvordering neergelegde regeling van bijzondere bevoegdheden tot opsporing, terwijl evenmin aannemelijk is geworden dat de verdachte door die inzet is gebracht tot andere handelingen dan die, waarop zijn opzet tevoren was gericht. Het gegeven dat de auto door de politie is geprepareerd, geparkeerd en geobserveerd en in die zin de politie de verdachte heeft gefopt is mogelijk niet alledaags en kan in zoverre bijzonder worden genoemd, doch doet aan deze conclusie niet af. Het gebruik van een lokauto berust niet op een wettelijke grondslag, maar dat maakt de methode niet onrechtmatig.(1) Een en ander had de Hoge Raad eerder dit jaar al bevestigd.

Proportionaliteit en subsidiariteit

Namens de verdachte is door diens advocaat nog naar voren gebracht dat het gebruik van een lokauto in strijd zou zijn met de proportionaliteit en de subsidiariteit. Volgens de Hoge Raad heeft het gerechtshof dit beroep terecht verworpen. Gezien de frequentie, aard en ernst van de autokraken op de Plantage Muidergracht en de in de regel moeizame opsporing van de daders van deze misdrijven, was het middel proportioneel ten opzichte van het daarmee te bereiken doel: het verminderen van voertuigcriminaliteit. Het gerechtshof had dienaangaande nog opgemerkt: Gelet op wat de ervaring leert met betrekking tot autokrakers - in de regel gaat het om lieden die dit soort van feiten bij herhaling plegen - en met betrekking tot autokraken - in de regel gaat het om ergerlijke misdrijven waarvan de daders slechts moeizaam kunnen worden geïdentificeerd -, getuigt de inzet van de lokauto van een zekere creativiteit in de opsporing.(2)

Voetnoten

1
Vgl. vgl. HR 28 oktober 2008, LJN BE9817, NJ 2009, 224.
2
HR 6 oktober 2009 LJN BI7084.