Gemeenteraad belanghebbende bij zendtijdtoewijzing

De gemeenteraad is belanghebbende in de zin van artikel 1:2, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht bij een besluit van het Commissariaat voor de Media om de lokale omroep zendtijd toe te wijzen, vanwege de taken die in de (inmiddels vervallen) Mediawet aan de gemeenteraad zijn opgedragen.

Het Commissariaat voor de Media heeft bij besluit van 19 juni 2007 de vereniging De Stadsomroep zendtijd toegewezen in de ether en op de kabel in Amersfoort en Leusden. De gemeenteraad van Amersfoort wil bezwaar maken tegen deze toewijzing, maar daarvoor is vereist dat zij een belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 lid 2 Awb. Over het criterum waaraan voldaan moet zijn wil een bestuursorgaan als belanghebbende bij een besluit kunnen worden aangemerkt, is vorige week op deze website reeds een bericht verschenen. Samengevat komt het hier op neer, dat de vraag of er sprake is van een aan het bestuursorgaan toevertrouwd belang, moet worden beoordeeld aan de hand van de taken die aan het bestuursorgaan zijn opgedragen.

Taken van de gemeenteraad inzake de lokale omroep

Dat de gemeenteraad op grond van artikel 43 van de inmiddels vervallen Mediawet(1) een adviserende taak had (en nog altijd heeft) om te adviseren over de vraag of de lokale omroep aan de eisen voldeed die in de Mediawet werden gesteld, maakt de raad nog geen belanghebbende bij het besluit om zendtijd toe te wijzen aan de omroep. Dat is geen rechtstreeks bij het besluit betrokken belang. Dit geldt idem dito voor de omstandigheid dat de lokale omroep bestemd is voor de door hem vertegenwoordigde bevolking.(2)

De lokale omroep wordt echter gefinancierd uit de gemeentelijke middelen (Art. 189 Gemeentewet); omtrent de besluitvorming waarvan de gemeenteraad het bevoegde orgaan is. De hoogte van de voor het functioneren van die instelling noodzakelijke subsidieverlening, zal mede afhangen van de kwaliteit van de organisatie en van het beheer van die instelling. De taken op financieel gebied leiden ertoe dat de gemeenteraad dus een belang heeft bij de toekenning van zendtijd. Dat de lokale omroep misschien ook reclame- en telewinkelboodschappen verzorgt ingevolge artikel 25a, derde lid, van het mediabesluit en de jaarrekening aan het Commissariaat voor de Media moet sturen, maakt dit niet anders.(3)

Voetnoten

1
Huidig: art. 2.62 lid 1 Mediawet 2008.
2
Art. 30 (c) Mediawet (oud) / Art. 2.61 lid 2 (c) Mediawet 2008.
3
ABRvS 18 februari 2009 LJN BH3266. Ook gepubliceerd JB 2009, 93.