Geen strafrechtelijke grondslag voor ontruiming kraakpand

De strafrechtelijke ontruiming van kraakpanden is verboden, omdat hiervoor geen wettelijke grondslag bestaat.

Wie een woning kraakt en door of namens de rechthebbende binnen een jaar gevraagd wordt te vertrekken, moet aanstonds vertrekken. Wie dat niet doet overtreedt artikel 429sexies van het Wetboek van strafrecht en riskeert vier maanden hechtenis. Biedt deze bepaling ook een grondslag voor de strafrechtelijke ontruiming van een kraakpand op last van het Openbaar Ministerie?

Artikel 429sexies Sr:
1. Hij die een door hem wederrechtelijk in gebruik genomen woning of gebouw, waarvan het gebruik door de rechthebbende niet meer dan twaalf maanden voorafgaande aan die wederrechtelijke ingebruikname is beëindigd, op vordering van of vanwege de rechthebbende niet aanstonds ontruimt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van de derde categorie.
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, vertoevende in een wederrechtelijk in gebruik genomen woning of gebouw, waarvan het gebruik door de rechthebbende niet meer dan twaalf maanden voorafgaande aan die wederrechtelijke ingebruikname is beëindigd, zich op de vordering van of vanwege de rechthebbende niet aanstonds verwijdert.

Deze vraag werd door de Hoge Raad in zijn arrest van 9 oktober 2009 ontkennend beantwoord. Volgens vaste jurisprudentie worden krakers – ook als zij een bedrijfspand kraken – beschermd door het huisrecht (Art. 12 Gw). Een inbreuk op dit fundamentele recht dient te berusten op een in een formele wet neergelegde en daarin voldoende kenbaar en voorzienbaar omschreven bevoegdheid. Blijkens de wetsgeschiedenis van de Leegstandswet (15 442) – waarvan de bedoelde bepaling over kraken overigens nooit in werking is getreden – was de regering van mening dat de bevoegdheid van de politie om, op last van de officier van justitie, tot strafrechtelijke ontruiming van een gekraakt pand over te gaan, niet zonder meer besloten lag in haar, aan de Politiewet ontleende, taakomschrijving, maar dat die bevoegdheid, nu de uitoefening daarvan gepaard zou gaan met een inbreuk op het huisrecht van de kraker(s), in een rechtsstaat een nadere wettelijke regeling vereiste.(1) Artikel 124 RO – dat geen specifieke bevoegdheden aan het Openbaar Ministerie toekent – en artikel 2 Politiewet 1993 – dat slechts een algemene bevoegdheid van de politie regelt – vormen dus een onvoldoende wettelijke grondslag om kraakpanden te ontruimen.

Historische interpretatie van artikel 429sexies Sr

Artikel 429sexies is ingevoerd met de Huisvestingswet. In deze wet was geen afzonderlijke bepaling opgenomen inzake de bevoegdheid van de politie tot ontruiming van een gekraakt pand, terwijl deze bevoegdheid ook niet in artikel 429sexies besloten lag. In rechtsoverweging 3.5.3 zegt de Hoge Raad hierover: Noch in de memorie van toelichting noch in de memorie van antwoord valt als voldoende kenbare bedoeling van de regering te lezen dat door middel van invoering van art. 429sexies ook een wettelijke basis voor strafrechtelijke ontruiming zou worden geschapen. Dat deze bedoeling wel in de loop van de parlementaire behandeling bij de wetgever - regering en parlement - is ontstaan, is uit het uit het verdere debat tussen regering en Tweede Kamer evenmin voldoende kenbaar. Het Openbaar Ministerie kan dus niet op grond van artikel 429sexies kraakpanden ontruimen.

Rechthebbenden van onroerend goed aan krakers overgeleverd?

Betekent dit nu dat rechthebbenden krakers niet meer uit hun woning of bedrijfspand kunnen zetten? Dat is niet het geval. Alleen de strafrechtelijke ontruiming van kraakpanden is verboden. Ontruimingen op last van de burgemeester in verband met verstoring van de openbare orde en ontruimingen krachtens een vonnis van de civiele rechter blijven zonder meer mogelijk.

Voetnoten

1
HR 9 oktober 2009 LJN BJ1254 Ro. 3.4.5.