Overwerkt? Neem niet zelf ontslag

Een appellant die, na ruim 25 jaar trouwe dienst in het personeelsmanagement, ontslag neemt omdat hij het werk niet meer aankan, verspeelt zijn recht op een werkloosheidsuitkering.

Appellant werkte sinds 1981 bij een bedrijf, waar hij een functie bekleedde binnen de HR-afdeling (= personeelsmanagement). Na ruim 25 jaar in trouwe dienst te zijn geweest, vroeg hij op 13 juni 2007 ontslag aan, omdat hij meende de dienstbetrekking niet langer te kunnen vervullen. Meerdere gesprekken met de bedrijfsarts en de bedrijfsmaatschappelijk werker, een drietal sollicitaties en het regelen van een sabbatical ...., het mocht allemaal niet meer baten. Hij kon het werk niet meer aan. Ziekmelding was voor hem geen optie en dus nam hij ontslag. De werkloosheidsuitkering die hij daarna aanvroeg bij UWV werd hem echter geweigerd, omdat hij verwijtbaar werkloos was geraakt.

Verwijtbare werkloosheid

Iemand die zelf ontslag neemt, zonder dat aan de voortzetting van de dienstbetrekking zodanige bezwaren zijn verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd, is volgens vaste jurisprudentie verwijtbaar werkloos en heeft om die reden ook geen recht op een werkloosheidsuitkering (Vgl. art. 24 lid 1, aanhef en onder a, Werkloosheidswet).

Appellant meende dat zijn geestelijke gesteldheid met zich mee zou brengen dat hem zijn ontslagname niet volledig verweten zou kunnen worden, maar op 29 april 2009 werd dit argument ook in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep door de rechter van tafel geveegd. De Raad erkende dat appellant reële en begrijpelijke bezwaren had tegen de voortzetting van zijn dienstverband, maar oordeelde ook dat van appellant verwacht had mogen worden dat hij, mede bezien vanuit zijn functie en positie binnen de HR-organisatie en zijn jarenlange ervaring aldaar, voor een andere oplossing zou hebben gekozen dan ontslagname. Appellant had zich bijvoorbeeld ziek kunnen melden.(1)

Voetnoten

1
CRvB 29 april 2009, LJN BI3180.