De gekozen formateur

Hoe staat het ermee?

Op 17 september 2006 schreef Boris van der Ham, volksvertegenwoordiger van D66 in de Tweede Kamer, op zijn weblog dat hij samen met GroenLinks-kamerlid Wijnand Duyvendak een voorstel zou indienen voor een door de Tweede Kamer gekozen formateur. Als dit voorstel wordt aangenomen kan het al na de komende verkiezingen van 22 november worden ingevoerd. Inmiddels zijn we ruim twee en een half jaar verder. Hoe staat het met dit voorstel?

Het voorstel

Kort na de bovengenoemde elektronische publicatie hebben de heren Van der Harm (D66) en Duyvendak (GroenLinks) bij de voorzitter van de Tweede Kamer een voorstel tot wijziging van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer ingediend.(1) Zij stelden voor een nieuwe bepaling in het Reglement op te nemen krachtens welke de Tweede Kamer de bevoegdheid zou krijgen een (in)formateur voor te dragen aan de koning. Een dergelijke voordracht zou vergezeld moeten gaan van een opdracht voor de voorgedragen (in)formateur.(2)

De Kamerleden gaven een tweetal argumenten voor hun voorstel. In de eerste plaats hadden zij met het voorstel de bedoeling de democratische legitimatie van het formatieproces te vergroten door de Tweede Kamer een grotere invloed te geven op de benoeming van de (in)formateur. En in de tweede plaats meenden zij dat de voorgestelde toevoeging een meer volledige publieke verantwoording door de betrokkenen bij de politieke besluitvorming in het kader van het formatieproces mogelijk zou maken. 

Reacties uit de Kamer

Op zijn weblog schreef Van der Ham dat hij hoopte op de steun van VVD en PvdA, omdat beide fracties zich de laatste paar jaar gevoelig zouden hebben getoond voor een ander formatieproces. Is deze verwachting uitgekomen?

Het voorstel is op 13 oktober 2006 besproken in de Commissie voor de Werkwijze der Kamer.(3) Dat de fractie van D66 met instemming kennis heeft genomen van het voorstel zal niemand verbazen. Ook de PvdA-fractie heeft met belangstelling kennisgenomen van het voorstel en sprak haar steun uit voor het streven van de indieners om de invloed van de Tweede Kamer op het formatieproces te vergroten. Wel had de partij nog enkele vragen. CDA, VVD en SGP reageerden echter uiterst kritisch. De Staatkundig Gereformeerde Partij sprak uit er geen heil in te zien om een gedateerd en mislukt experiment uit de zeventiger jaren weer nieuw leven in te blazen. De leden van het CDA spraken zelfs van een voorstel dat de sfeer ademt op een achternamiddag te zijn bedacht en verweten de indieners er geen blijk van te hebben gegeven, dat zij de consequenties van hun voorstel hebben doordacht.

Reacties van anderen

Kort na de bespreking van het voorstel tot wijziging van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer in de Commissie voor de Werkwijze der Kamer ontving de commissie ook schriftelijke reacties op het voorstel van de voorzitter van de Tweede Kamer, de heer Weisglas, de voorzitter van de Eerste Kamer, mevrouw Timmerman-Buck, en de vice-president van de Raad van State die zijn brief in de hoedanigheid van onafhankelijk adviseur van het staatshoofd stuurde.(4) Alle drie de schrijvers vroegen zich af of het Reglement van Orde wel de plaats is om de beoogde wijziging van ons staatsrecht in vast te leggen. Voor de rest bevatte de brieven voornamelijk nog meer vragen aan de initiatiefnemers en kritische kanttekeningen.

Interessant is de reactie van de voorzitter van de Eerste Kamer, omdat zij weigerde aan het verzoek van de commissie gehoor te geven om op persoonlijke titel haar opvatting te geven over het voorliggende wijzigingsvoorstel. Enigszins verbaasd ben ik over het verzoek om mijn opvatting te geven op persoonlijke titel. Het wringt immers met een zuivere invulling van het ambt, als een Kamervoorzitter inzake een kwestie die in het parlement onderwerp van politieke oordeelsvorming is, zich anders uit dan als vertegenwoordiger van (de meerderheid van) zijn Kamer. Staatsrechtelijk lijkt mij dit een juist standpunt.

Op 10 november 2006 is de indieners nog gevraagd om met een reactie te komen op de vele vragen die hen zijn gesteld. Die reactie laat echter nog altijd op zich wachten. Wijnand Duyvendak raakte in de zomer van 2008 in opspraak, omdat hij in een persbericht onvoldoende afstand had genomen van een diefstal die hij in 1985 op het ministerie van Economische Zaken had gepleegd. Hij heeft op 3 september 2008 de Kamer verlaten. En terwijl Van der Ham zich op zijn weblog afvraagt hoe het zit met al die films die door Tweede-kamerleden zijn aangekondigd, maar nooit gemaakt, vraag ik mij af hoe het zit met dit voorstel tot wijziging van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer. Of zou hier ook zijn slotzin op van toepassing zijn: Nooit meer iets van gehoord. Want na de grootse aankondiging op zijn weblog en de kritische reacties daarop, blijft het nu oorverdovend stil. Van de antwoorden van Van der Ham wordt misschien ook wel nooit meer iets vernomen.

Voetnoten

1
TK Kamerstuk 2005-2006, 30698, nr. 1.
2
TK Kamerstuk 2005-2006, 30698, nr. 2.
3
TK Kamerstuk 2005-2006, 30698, nr. 3.
4
TK Kamerstuk 2005-2006, 30698, nr. 5.