Erfafscheiding hoeft niet op de perceelgrens te staan

Een bouwvergunningsvrije erfafscheiding hoeft niet altijd op de erfafscheiding te staan.

In Amersfoort hebben twee buren onenigheid gekregen over een stenen muurtje. In 1997 hebben zij op de perceelgrens tussen hun percelen een gemeenschappelijke toogschutting geplaatst. In 2004 heeft buurman A. op zijn perceel op een afstand van ongeveer 10 cm van de toogschutting een gemetselde stenen muur opgericht. Voor deze muur is geen bouwvergunning aangevraagd. Buurman B. meent dat voor deze muur een bouwvergunning vereist is en heeft het College van Burgemeester en Wethouders van Amersfoort gevraagd om handhavend op te treden. Dit verzoek is afgewezen, evenals het bezwaarschrift dat buurman B. tegen deze afwijzing heeft ingediend. Zijn beroep bij de rechtbank Utrecht werd echter gegrond verklaard, waarop het College en buurman A. in hoger beroep zijn gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Een bouwvergunningvrije erfafscheiding

Volgens artikel 40 lid 1 van de Woningwet is het ondermeer verboden om te bouwen zonder een door het college van burgemeester en wethouders verleende bouwvergunning, tenzij het om een bouwvergunningvrije bouw gaat als bedoeld in artikel 43 van de Woningwet. In artikel 43 lid 1 sub c van de Woningwet staat dat geen vergunning is vereist voor zogenoemde bouwwerken met beperkte betekenis. Wat daaronder verstaan moet worden, is nader uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur: het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken. In artikel 2 van deze AMvB staat dat, behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 4 van dat besluit, het bouwen van een erf- of perceelafscheiding bouwvergunningvrij is als de afscheiding niet hoger is dan 1 meter óf niet hoger is dan 2 meter en gebouwd: op een erf of perceel waarop reeds een gebouw staat, meer dan 1 meter achter de voorgevelrooilijn, én meer dan 1 meter van de weg of het openbaar groen.

De perceelgrens

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt in rechtsoverweging 2.2.1 dat buurman A. de muur heeft opgericht met de onmiskenbare bedoeling zijn perceel volledig af te sluiten van het perceel van buurman B. Ondanks dat de muur niet op de perceelgrens staat, is het wel een erfafscheiding als bedoeld in artikel 2 onder e van het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken (hierna: Bblb). De omstandigheid dat de stenen muur niet op de perceelsgrens - waarop zich reeds de toogschutting bevindt - doch op een afstand van ongeveer 10 cm daarvan is opgericht, leidt niet tot een ander oordeel, nu een erf- of perceelafscheiding naar haar aard is gelegen op of voor de grens van een perceel. Het enkele feit dat [Buurman A.] medeoprichter is van de op de perceelsgrens staande toogschutting, staat er niet aan in de weg dat ook de stenen muur als een erfafscheiding als bedoeld in artikel 2, onder e, van het Bblb kan worden aangemerkt.(1)

Voetnoten

1
ABRvS 12 augustus 2009, LJN BJ5063 ro. 2.2.1.