Een Ferrari kopen met bloembollen

Kun je een Ferrari kopen met bloembollen? Uiteraard. Artikel 6:213 BW definieert een verbintenis in het eerste lid als een meerzijdige overeenkomst, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan. Toch lopen dingen soms anders dan gedacht. Dat blijkt uit het op 26 juni 2009 door de Hoge Raad gewezen arrest dat hieronder (vereenvoudigd) wordt besproken.(1)

Op 11 november 2002 sloten twee personen, zonder bijstand van juridische adviseurs, een schriftelijk contract. Volgens deze overeenkomst zou eiser een Ferrari ter waarde van € 213.478,- kopen van verweerder. De prijs zou worden voldaan door middel van een partij bloembollen en de daarbij behorende verkoopcontracten. Als de bloembollen in oktober 2003 niet minstens de verkoopprijs van de auto zouden bedragen, zou de zogenoemde “bloembollentransactie” worden omgezet in een aan- en verkoopcontract krachtens welke de eiser het bedrag per direct in euro’s zou voldoen. Het betrof dus een voorwaardelijke ruil.

Verdwenen bloembollen

Op 21 oktober 2002 heeft eiser 773 kg “Bright Irene” en 600 kg “Global Desire” bloembollen verkocht aan verweerder. Op twee verkoopbriefjes van het Sierteelt Bemiddelings Centrum (SBC) staat dat verweerder een jaar later - toen de bollen gegroeid waren - de bollen aan twee verschillende partijen heeft verkocht en in augustus/september 2003 zou leveren. De genoemde partijen ontkennen echter contact te hebben gehad met SBC over deze aankoop. Bij SBC hebben vanaf enig moment omvangrijke malversaties plaatsgevonden, onder meer door het opstellen van valse aktes ter zake van niet bestaande koopovereenkomsten, schreef de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden in zijn conclusie. Het bemiddelingscentrum werd op 3 december 2003 failliet verklaard.

Ten bewijze van de verkoop heeft eiser een (deel van een) overzicht overlegd van de totale plantgoedvoorraad van een opslag- en/of distributiebedrijf. Verweerder betwist de juistheid van het overzicht en wil euro’s zien voor de geleverde auto.

Uitleg van een overeenkomst

Hoe moet de overeenkomst tussen eiser en verweerder worden uitgelegd? De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad schrijft dat het bij de beantwoording van zo’n vraag aankomt op de zin die de contractspartijen over en weer redelijkerwijs aan het overeengekomene mochten toekennen en op wat zij te dien aanzien van elkaar mochten verwachten.(2) De werkelijke bedoelingen dan wel verwachtingen van ieder van de partijen (..) zijn dus niet beslissend: het gaat om een beoordeling van wat, bezien vanuit de posities van partijen over en weer, en met inachtneming van de redelijkheid, als de zin van het overeengekomene moet worden aangemerkt.” In casu werd het verweerder - de verkoper van de Ferrari - niet verweten dat hij geen actie heeft ondernomen toen hij bericht ontving dat één verkoopovereenkomst niet was doorgegaan. Van hem werd door het Gerechtshof geen activiteit met betrekking tot de kweek, verkoop, levering en betaling van de bloembollen verlangd, omdat al die zaken ogenschijnlijk waren toevertrouwd aan wél in de branche ingewijde vaklui. De Procureur-Generaal merkt daarbij nog op: “en de gedachte dringt zich op dat dat was gebeurd op initiatief van de eiser, zelf ook in de branche ingewijd. Wat daar ook van zij. Of men de eiser kan verwijten dat de bloembollen niet het gewenste geldbedrag hebben opgeleverd, is irrelevant wanneer men aanneemt dat het uitblijven van de opbrengst gold als voorwaarde voor het alsnog intreden van een betalingsverplichting in geld voor de oorspronkelijke aankoopprijs. De koper van de Ferrari zal dus alsnog met geld over de brug moeten komen.

Voetnoten

1
HR 26 juni 2009, LJN BI0067.
2
Zie bijvoorbeeld: HR 19 oktober 2007,NJ 2007, 565, Ro. 3.4 en 3.5.