Voetballeus mag niet van Hoge Raad

Dat een voetballeus veel gebruikt wordt, wil niet zeggen dat zij deel uitmaakt van de cultuur van onze maatschappij.

De aanleiding

Een man heeft op 28 april 2006 op de Denneweg te ‘s-Gravenhage luidkeels Hamas, Hamas, Joden aan het gas geschreeuwd. Aanleiding was de aanhouding van één van de mensen met wie hij aldaar een groep vormde, nadat vanuit de groep Joden! was geroepen in de richting van de agenten.

Geen cultuuruiting

In cassatie heeft de man aangevoerd dat de hierboven geciteerde uitlating, een leus betreft die veelvuldig door voetbalsupporters (wordt) gebezigd en een onderdeel (vormt) van de cultuur van voetbalsupporters die daarmee niet de bedoeling hebben om Joodse mensen te beledigen. Dit cassatieberoep is door de Hoge Raad echter ongegrond verklaard. Volgens de Hoge Raad heeft het gerechtshof op goede gronden aangenomen dat niet aannemelijk is geworden dat de leus een onderdeel vormt van de cultuur van onze maatschappij. Het Hof: De aanname dat deze leus veelvuldig wordt gebruikt, doet hier niet aan af, terwijl de inspanningen die in de voetbalwereld worden gepleegd om het gebruik van deze en dergelijke leuzen in de stadions terug te dringen het tegendeel aantonen.(1)

Belediging van een groep

Doordat de leus op straat is geroepen, brengt de aanwezigheid van publiek met zich mee dat de leus publiekelijk is gehoord en bij de toehoorders gevoelens van vernedering of geschoktheid teweeg heeft kunnen brengen. Daarvoor is niet vereist dat onder het publiek daadwerkelijk mensen van joodse afkomst aanwezig waren. Door het uitroepen van deze leus heeft de man een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras, hun godsdienst of hun levensovertuiging beledigd en daarmee artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht overtreden.

Voetnoten

1
HR 15 september 2009 LJN BI4739.