Billen knijpen is niet altijd seksuele intimidatie

Voor de beoordeling of er sprake is van seksueel intimiderend gedrag moet gekeken worden naar de omstandigheden van het geval. De lading van de gedraging, de vraag of deze in het geniep of openlijk plaatsvond en de reactie van omstanders en het slachtoffer.

Wat een gezellige kerstborrel van de Nederlandse Stichting voor Leprabestrijding had moeten zijn, is de aanleiding geworden van een juridische procedure die tot en met de Hoge Raad is gevoerd.(1) Het begon allemaal op 19 december 2002, toen de directeur van de stichting de genodigden onthaalde in een slechts met kaarslicht verlichte recreatiezaal. Tegenover één van zijn medewerkers heeft hij daarbij het woord darkroom gebruikt, waarbij hij hem in de billen kneep. Deze medewerker was hier niet van gediend en heeft ziek thuisgezeten vanwege een zogenoemde situationele arbeidsongeschiktheid. Op 1 juli 2004 is de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de stichting beëindigd wegens het blijvend komen te ontbreken van de goede verstandhouding tussen partijen. Sindsdien ruziën partijen over de schadevergoeding.

Ervaring van eiser niet doorslaggevend

De eerste rechtsvraag die de Hoge Raad in dit arrest heeft beantwoord, is de vraag of een gedraging zonder meer als seksuele intimidatie moet worden aangemerkt als de gedraging als zodanig wordt ervaren door het slachtoffer. Dit is niet het geval. Volgens de cassatierechter mag de rechter als bijkomende omstandigheid meenemen of de verweten gedraging al dan niet een seksuele lading had. Of om een deel van rechtsoverweging 3.3 uit het arrest te citeren: Deze klacht, die kennelijk steunt op de opvatting dat een gedraging zonder meer als seksuele intimidatie moet worden aangemerkt indien degene jegens wie die gedraging is gericht zich seksueel geïntimideerd voelt, faalt omdat die opvatting onjuist is.

Definitie seksuele intimidatie

Als het gevoel bij een gedraging van degene die de gedraging ondergaat niet doorslaggevend is, roept dit uiteraard de vraag op hoe men dán kan weten of er sprake is van intimiderend gedrag. Een waterdichte definitie is niet te geven, want of een gedraging als seksuele intimidatie moet worden opgevat hangt erg af van de omstandigheden van het geval. Zo heeft het gerechtshof - en volgens de Hoge Raad in rechtsoverweging 3.4 terecht - in haar oordeel rekening gehouden met de omstandigheden dat de gedraging van de directeur niet in het geniep maar openlijk plaatsvond en dat daarop, ook door de werknemer, lachend is gereageerd. Ware het een seksuele intimiderende gedraging geweest, dan zou de gedraging voor de medewerker tot gevolg hebben gehad dat hij in zijn waarde was aangetast. Dat was het geval geweest als er bijvoorbeeld een bedreigende, vernederende of kwetsende situatie zou zijn gecreëerd, hetgeen in deze casus niet het geval was.

Voetnoten

1
HR 10 juli 2009 LJN: BI4209.